Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3498

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
26/1990
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitbreiding urgentiezoekprofiel naar hogere verdiepingen

Verzoeker heeft een urgentieverklaring gekregen op basis van ernstige en chronische medische problematiek, waarmee hij kan reageren op flatwoningen met lift tot maximaal de tweede verdieping. Hij verzocht om uitbreiding van dit zoekprofiel naar woningen op hogere verdiepingen. Het zoekprofiel is gebaseerd op een medisch advies van een sma-arts, maar dit advies bevat geen onderbouwing waarom de beperking tot de tweede verdieping noodzakelijk is.

De voorzieningenrechter constateert een motiveringsgebrek in het besluit van het college omdat de beperking niet is toegelicht. Echter, het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het mogelijk is dat er een goede medische reden bestaat voor de beperking. Toewijzing zou kunnen leiden tot toewijzing van een woning die mogelijk ongeschikt is, wat ongewenst is.

De voorzieningenrechter verzoekt het college om proactief een nadere toelichting van de sma-arts te vragen en het zoekprofiel tussentijds aan te passen indien nodig. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en staat geen hoger beroep toe.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot uitbreiding van het urgentiezoekprofiel naar woningen hoger dan de tweede verdieping wordt afgewezen vanwege een motiveringsgebrek en mogelijke ongeschiktheid van dergelijke woningen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/1990

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),

en het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. D. Gogar).

Samenvatting

Verzoeker heeft een urgentieverklaring waarmee hij kan reageren op flatwoningen op maximaal de tweede verdieping. Hij wil echter ook kunnen reageren op woningen die hoger liggen. Het zoekprofiel is gebaseerd op een medisch advies, maar daarin is niet uitgelegd waarom verzoeker op maximaal de tweede verdieping zou moeten wonen. Er is dus sprake van een motiveringsgebrek. Misschien is er wel een goede reden voor deze beperking en dat moet verder worden uitgezocht. Er is daarom geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op de urgentiegrond ‘ernstige en chronische medische problematiek’. Het college heeft met het besluit van 27 januari 2026 aan verzoeker een urgentieverklaring toegekend.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en [persoon A] (namens het college).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat het in deze zaak om?
3. Verzoeker heeft een chronisch medisch mentale aandoening en twee medische aandoeningen die gerelateerd zijn aan stressvolle omstandigheden. Daarnaast heeft hij fysieke beperkingen. Verzoeker heeft om medische redenen een urgentieverklaring gekregen, waarmee hij kan reageren op flatwoningen met lift, op maximaal de tweede verdieping, met een maximale huur van € 713,02 (kale huurprijs). Dit staat in het zoekprofiel.
Verzoeker wil echter ook kunnen reageren op benedenwoningen, maisonnettewoningen [1] , flatwoningen die hoger liggen dan de tweede verdieping en woningen met een hogere huur.
4. Tijdens de zitting heeft verzoeker de wens voor benedenwoningen laten vallen en de wens voor maisonnettewoningen laten vallen voor zover het ziet op deze spoedprocedure. Daarnaast heeft het college toegezegd dat de maximale huurprijs komt te vervallen, gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4175).
De vraag die voor deze procedure dan nog resteert, is of het zoekprofiel nog moet worden aangepast voor wat betreft het kunnen reageren op flatwoningen die hoger liggen dan de tweede verdieping.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. Het college heeft het zoekprofiel gebaseerd op een advies van een arts van het Team Sociaal Medische Advisering (sma-arts). De sma-arts heeft (kort gezegd) een flatwoning met lift geadviseerd, op maximaal de tweede verdieping. In het advies is echter niet uitgelegd
waaromdit een flatwoning met lift op maximaal de tweede verdieping zou moeten zijn. Verzoeker woont nu op de zesde verdieping (met lift) en deze woning is volgens de sma-arts in medisch economisch opzicht adequaat bereikbaar te achten. Daarnaast staat in het advies dat liftstoringen of andere mankementen niet worden meegewogen, zodat dit ook geen reden kan zijn voor de beperking van ‘maximaal de tweede verdieping’.
Nu het college het advies van de sma-arts heeft overgenomen zonder dat voor deze beperking een onderbouwing aanwezig is, is er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
7. De vraag is echter of dit zou moeten leiden tot toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening op dit punt. Het antwoord daarop is nee. Het is mogelijk dat er een goede (medische) reden is waarom verzoeker in een flatwoning met lift op maximaal de tweede verdieping zou moeten wonen. Als verzoeker in deze fase van de procedure dan zou kunnen reageren op hogere verdiepingen gelegen woningen en hij zou een woning toegewezen krijgen die is gelegen op een hogere dan de tweede verdieping, heeft dit tot gevolg dat hij gaat wonen in een woning die voor hem (mogelijk) niet geschikt is, waardoor hij op termijn wéér zou moeten verhuizen naar een woning die wél geschikt is. Dit is ongewenst.
8. De voorzieningenrechter doet wel een dringend verzoek aan het college om zich dienstbaar op te stellen richting verzoeker. Verzoeker is wanhopig op zoek naar een andere woning en wil zijn kansen vergroten door uitbreiding van het zoekprofiel. Het is op dit moment al duidelijk dat het bestreden besluit niet goed gemotiveerd is.
De voorzieningenrechter verzoekt het college daarom om zich proactief op te stellen door op korte termijn een toelichting te vragen aan de sma-arts over de beperking ten aanzien van de verdieping. Mocht het antwoord van de sma-arts aanleiding geven tot wijziging van het zoekprofiel, dan zou het college dit tussentijds al kunnen aanpassen en niet pas met de beslissing op het bezwaarschrift.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dit betekent dat verzoeker vooralsnog niet met voorrang kan reageren op woningen met een lift die hoger liggen dan de tweede verdieping.
10. Omdat het college tijdens de zitting heeft verklaard dat de maximale huurprijs uit het zoekprofiel wordt gehaald, heeft verzoeker wel terecht een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het college moet daarom het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarnaast krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Woningen met twee verdiepingen