Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 februari 2026, met producties;
- de mail van 12 februari 2026 van de gemachtigde van [eiser] , met de mededeling dat het loon over de maand januari 2026 is ontvangen en de eis dienovereenkomstig wordt verminderd;
- de brief van 13 februari 2026 van de gemachtigde van [naam] Facilitair, met producties;
- de pleitaantekeningen van mr. M.J.W. Hoek.
2.De beoordeling
Zoals ik eerder aangaf is een gesprek op dit moment medisch niet verantwoord door aanhoudende misselijkheid, braken en migraine, waardoor reizen en langdurig praten niet haalbaar is. Ik volg het advies van de bedrijfsarts. Zodra de bedrijfsarts aangeeft dat een gesprek medisch verantwoord is, plan ik dit graag in. (…).” [naam] Facilitair heeft daarop geantwoord dat als [eiser] niet zou komen er een loonstop zou worden ingevoerd, dat er contact was geweest met de bedrijfsarts en dat volgens de bedrijfsarts een gesprek prima kon. [eiser] is niet verschenen. Per 3 februari 2026 heeft [naam] Facilitair de betaling van het loon stopgezet omdat [eiser] volgens [naam] Facilitair, door niet met haar in gesprek te gaan, de re-integratie belemmerde.