Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3515

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
10856790 CV EXPL 23-33778
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 7:2a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling persoonlijke lening met contractuele rente afgewezen betalingsregeling

In deze zaak vordert eiseres betaling van een openstaande persoonlijke lening van €12.269,53 plus contractuele rente van 9,9% per jaar vanaf 13 december 2023. De kredietovereenkomst is opgezegd vanwege niet tijdige betaling van termijnen door gedaagde.

Gedaagde erkent de vordering maar verzoekt om een betalingsregeling, welke echter niet wordt toegewezen omdat eiseres hiervoor geen toestemming heeft gegeven. De kantonrechter toetst ambtshalve de kredietovereenkomst en oordeelt dat eiseres voldoende heeft voldaan aan haar informatieplicht en kredietwaardigheidstoets.

Er zijn geen oneerlijke bepalingen vastgesteld die relevant zijn voor de eis. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met rente en de proceskosten van €1.207,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de lening met rente en proceskosten, zonder betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10856790 CV EXPL 23-33778
datum uitspraak: 13 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: BVCM Collections B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 12 december 2023, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
  • de rolbeslissing van 31 januari 2025;
  • de akte uitlating van [eiseres] .

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres] en [gedaagde] hebben een kredietovereenkomst gesloten op basis waarvan [eiseres] aan [gedaagde] een persoonlijke lening van € 12.000,- heeft verstrekt. In de kredietovereenkomst staat dat de (vaste) rente 9,9% per jaar bedraagt, dat de looptijd van de lening gelijk is aan 120 (maand)termijnen en dat [gedaagde] elke maand € 155,15 aan aflossing en rente aan [eiseres] moet betalen. [gedaagde] heeft meerdere termijnbedragen niet op tijd betaald. Daarom heeft [eiseres] de kredietovereenkomst opgezegd en het openstaande kredietbedrag vervroegd opgeëist. Zij eist in deze procedure € 12.269,53 plus de contractuele rente van 9,9% per jaar vanaf 13 december 2023.
2.2.
[gedaagde] heeft de vordering erkend. Zij heeft uitgelegd dat zij het gevorderde bedrag niet in één keer kan betalen, maar een betalingsregeling wil treffen.
Ambtshalve toetsing kredietovereenkomst
2.3.
De vordering is gebaseerd op een consumentenkredietovereenkomst (afdeling 2A van boek 7 BW). De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen of [eiseres] heeft voldaan aan haar (precontractuele) informatieverplichtingen en op welke wijze zij de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] [gedaagde] in voldoende mate heeft geïnformeerd, althans dat een eventuele schending van de informatieplicht niet ernstig genoeg is om een deel van de eis af te wijzen. [eiseres] heeft ook de kredietwaardigheid van [gedaagde] voldoende getoetst.
2.4.
De kantonrechter heeft ook onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Geen betalingsregeling in dit vonnis
2.5.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet [eiseres] namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van [eiseres] om te vragen of [eiseres] alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De contractuele rente wordt toegewezen, omdat dat in de overeenkomst is afgesproken. In de toegewezen hoofdsom is een bedrag van € 72,78 aan vervallen rente opgenomen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 432,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.207,84. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 12.269,53 met de contractuele rente van 9,9% per jaar vanaf 13 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.207,84;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909