De huurder huurt sinds december 2020 een woning van de verhuurder. Er liep een procedure over de aanvangshuurprijs, waarbij de huurder te laat was met het verzoek tot toetsing bij de Huurcommissie. Hierdoor bleef de afgesproken huurprijs van € 1.150,- van kracht.
De verhuurder startte deze procedure wegens een huurachterstand die in december 2024 € 9.975,- bedroeg, waarvan na betaling nog € 8.550,- openstond. Op de zitting in januari 2026 was de achterstand opgelopen tot € 21.287,22. De huurder erkende de achterstand en gaf aan niet in staat te zijn deze alsnog te voldoen. De kantonrechter oordeelde dat de achterstand ernstig genoeg was voor ontbinding van de huurovereenkomst, mede omdat de huurder sinds mei 2025 volledig stopte met betalen vanwege werkloosheid, een risico dat voor zijn rekening komt.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, incassokosten en een gebruiksvergoeding van € 1.425,- per maand tot de ontruiming. De huurder moet de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis ontruimen. Proceskosten van € 1.256,97 worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.