Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3532

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
FT RK 25/2223
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.Y. Hu
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a FwArt. 316 FwArt. 295 FwArt. 296 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling zonder eerdere ingangsdatum

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 12 februari 2026, waarbij ook schuldhulpverleners van Geldplein aanwezig waren.

De rechtbank beoordeelt dat de heer verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich in problematische schulden bevinden en te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden. De rechtbank heeft vertrouwen dat de heer verzoeker zich zal houden aan de verplichtingen van de regeling, mede gelet op zijn huidige loondienstverband en de verklaring dat hij onverzekerd rijden in de toekomst zal voorkomen.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure, omdat het centrum van voornaamste belangen van de heer verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op 18 maanden, ingaand op 26 februari 2026. Er is geen aanleiding voor een eerdere ingangsdatum, omdat niet is voldaan aan de vereiste verplichtingen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject.

Tijdens de Wsnp moet de heer verzoeker voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Een bewindvoerder wordt benoemd om deze verplichtingen te controleren en de boedel te beheren. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder.

Indien de heer verzoeker aan alle verplichtingen voldoet, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank draagt de bewindvoerder op de post van de heer verzoeker in te zien en stelt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder vast, voor zover de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met ingangsdatum 26 februari 2026 en een looptijd van 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
26 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw [persoon A] en de heer [persoon B] , beiden werkzaam als schuldhulpverleners bij Geldplein.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. Tijdens de toelatingszitting is aan de orde gekomen dat de heer [verzoeker] een bekeuring heeft gekregen wegens het onverzekerd rijden met zijn scooter. Hij heeft verklaard dat hij de verzekeringspremie niet kon betalen, omdat hij wegens ziekte onvoldoende inkomsten had uit zijn eigen onderneming. Bij de rechtbank is voldoende vertrouwen dat de heer [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp. De heer [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij inmiddels in loondienst werkt en benadrukt dat hij in het vervolg zal voorkomen dat hij onverzekerd de weg op gaat.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
3.6.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1995 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
voorheen handelend onder de naam [bedrijf X] .,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder mr. J. van Rijen,
gevestigd te Postbus 1467,
3800 BL Amersfoort;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 26 februari 2026 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
26 augustus 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. W.Y. Hu, rechter, in samenwerking met mr. S. Verberne-van Ree, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026. [1]
De griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen.