Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3533

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
12093556 VV EXPL 26-79
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629 lid 1 BWArt. 7:628 lid 1 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering werknemer wegens verblijf in forensisch psychiatrisch centrum

Werknemer trad op 1 februari 2023 in dienst bij de werkgever. Vanaf 9 oktober 2024 was hij gedetineerd en vanaf 23 september 2025 verbleef hij in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Werknemer vorderde loon vanaf 2 oktober 2025 omdat hij door ziekte niet kon werken.

De werkgever betwistte dat werknemer recht had op loon omdat hij niet vrijwillig was opgenomen, maar als alternatief voor detentie in het centrum verbleef. De rechter oordeelde dat de reden van verhindering niet ziekte was, maar het verblijf in het centrum, een oorzaak die aan werknemer moet worden toegerekend.

Werknemer kon niet aantonen dat zijn opname vrijwillig was. Uit een brief van de penitentiaire inrichting bleek dat zijn verblijf in het centrum niet vrijwillig was maar een plaatsing als alternatief voor detentie. Daarom werd de loonvordering afgewezen.

De proceskosten werden aan werknemer opgelegd en begroot op €1.009,-. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat zijn verhindering te werken aan hemzelf is toe te rekenen door verblijf in een forensisch psychiatrisch centrum als alternatief voor detentie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 12093556 VV EXPL 26-79
datum uitspraak: 1 april 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
eiser,
gemachtigde: mr. R.J. Michielsen,
tegen
[bedrijf] B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. F.L. Bakker.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [bedrijf] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 25 februari 2026, met bijlagen;
  • de brief van 4 maart 2026 van [bedrijf] , met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van [bedrijf] .
1.2.
Op 9 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [eiser] met mr. Michielsen;
  • [naam] (HR manager) namens [bedrijf] met mr. Bakker.

2.De beoordeling

De kern
2.1
[eiser] is op 1 februari 2023 als [functie] in dienst getreden bij [bedrijf] . Vanaf 9 oktober 2024 [1] was [eiser] gedetineerd. Vanaf 23 september 2025 zit [eiser] in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. [eiser] eist dat [bedrijf] zijn loon betaalt vanaf 2 oktober 2025, omdat hij vanaf dat moment door ziekte verhinderd is om te werken. Volgens [bedrijf] kan [eiser] niet kan werken omdat hij niet vrijwillig is opgenomen en hoeft zij hem daarom geen loon te betalen. De rechter oordeelt dat [bedrijf] gelijk heeft. Daarom wordt de eis van [eiser] afgewezen.
[bedrijf] hoeft geen loon aan [eiser] te betalen
2.2
Het klopt dat een werknemer in beginsel recht heeft op loon als hij door ziekte niet kan werken. [2] De reden dat [eiser] niet kan werken is echter niet dat hij ziek is, maar dat hij in het Forensisch Psychiatrisch Centrum zit. Dat is een oorzaak die aan [eiser] moet worden toegerekend. Daarom heeft hij geen recht op loon. [3]
2.1.
[eiser] voert weliswaar aan dat hij daar vrijwillig zit, maar dat betwist [bedrijf] en dat blijkt nergens uit. Uit de brief [4] van de vestigingsdirecteur van de Penitiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel blijkt alleen dat [eiser] daar van 11 oktober 2024 tot 23 september 2025 in detentie heeft verbleven. Niet dat hij vanaf die datum een vrij man was. De brief wekt zelfs de tegenovergestelde suggestie, namelijk dat zijn verblijf in het Forensisch Psychiatrisch Centrum juist niet vrijwillig is gelet op de bewoordingen dat hij vervolgens ‘in een kliniek is geplaatst.’ Aannemelijk is dat deze plaatsing bedoeld is als alternatief voor detentie.
[eiser] moet de proceskosten betalen
2.2.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan [bedrijf] moet betalen op € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.009,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [bedrijf] dat eist en [eiser] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [bedrijf] worden begroot op € 1.009,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
703

Voetnoten

1.Dit is de begindatum van de detentie in het politiebureau.
2.Dat staat in artikel 7:629 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek
3.Dat staat in artikel 7:628 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek
4.Van 23 september 2025