Werknemer trad op 1 februari 2023 in dienst bij de werkgever. Vanaf 9 oktober 2024 was hij gedetineerd en vanaf 23 september 2025 verbleef hij in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Werknemer vorderde loon vanaf 2 oktober 2025 omdat hij door ziekte niet kon werken.
De werkgever betwistte dat werknemer recht had op loon omdat hij niet vrijwillig was opgenomen, maar als alternatief voor detentie in het centrum verbleef. De rechter oordeelde dat de reden van verhindering niet ziekte was, maar het verblijf in het centrum, een oorzaak die aan werknemer moet worden toegerekend.
Werknemer kon niet aantonen dat zijn opname vrijwillig was. Uit een brief van de penitentiaire inrichting bleek dat zijn verblijf in het centrum niet vrijwillig was maar een plaatsing als alternatief voor detentie. Daarom werd de loonvordering afgewezen.
De proceskosten werden aan werknemer opgelegd en begroot op €1.009,-. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.