ECLI:NL:RBROT:2026:3536
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging ZW-uitkering door UWV
Verzoekster werkte als productmedewerker en raakte door een verkeersongeval arbeidsongeschikt. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar loon kan verdienen met ander werk. Verzoekster betwist dit en vraagt om schorsing van het besluit via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang vanwege financiële terugval en lange beslistermijnen, maar dat de medische beoordeling van het UWV niet evident onjuist is. De door verzoekster overgelegde stukken en haar eigen verklaringen zijn onvoldoende objectief om de functionele mogelijkhedenlijst te betwisten.
Daarom is er onvoldoende twijfel aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor het UWV voorlopig geen voorschot op de ZW-uitkering hoeft te verstrekken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de beëindiging van de ZW-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende twijfel aan de vaststelling van arbeidsongeschiktheid.