ECLI:NL:RBROT:2026:368
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen maatregel bijstandsuitkering Stroomopwaarts
Verzoeker ontving een maatregel van Stroomopwaarts waardoor zijn bijstandsuitkering over december 2025 met 100% werd verlaagd. Hij maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit via een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 januari 2026 en overwoog dat verzoeker slechts tot 27 januari 2026 hoeft te wachten voordat de uitkering weer wordt uitbetaald. Tevens kan verzoeker aan Stroomopwaarts vragen de maatregel over maximaal drie maanden te verdelen, waardoor hij alsnog een deel van de uitkering kan ontvangen.
Er was geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. Nieuwe gronden die verzoeker vlak voor de zitting aanvoerde, konden niet worden meegenomen omdat de relevante stukken ontbraken en dit voor zijn risico kwam. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de maatregel die de bijstandsuitkering stopzet wordt afgewezen.