Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 maart 2026, met bijlagen;
- de brief van de bewindvoerder van 31 maart 2026, met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Stichting Maasdelta Groep (MDG) vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [naam], vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder. De huurovereenkomst was eerder ontbonden wegens huurachterstand, maar de ontruiming was opgeschort vanwege de toelating van [naam] tot de schuldsaneringsregeling (WSNP).
Na een politie-inval op 29 december 2025 werden harddrugs, een vuurwapen en munitie in de woning aangetroffen, waarna de burgemeester de woning voor drie maanden sloot. MDG stelt dat zij niet langer hoeft te gedogen dat [naam] in de woning blijft en vordert ontruiming.
De kantonrechter overweegt dat hoewel de aanwezigheid van harddrugs en een vuurwapen ernstig is en MDG’s beleid ondersteunt, er geen sprake is van actuele overlast of een acuut probleem. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van [naam] bij het voortzetten van zijn schuldsaneringstraject zwaarder weegt dan het belang van MDG bij onmiddellijke ontruiming. De vordering wordt daarom afgewezen, met het oog op de onomkeerbaarheid van ontruiming en het feit dat MDG haar vordering in een bodemprocedure kan voortzetten.
MDG wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen vanwege belangenafweging met het schuldsaneringstraject van de huurder.