Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3734

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
10-313374-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van ruim 13 kilogram amfetamine

De rechtbank Rotterdam heeft op 17 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 13 kilogram amfetamine in een woning te Rotterdam. De verdachte werd deels vrijgesproken voor amfetamine in een auto, maar veroordeeld voor de drugs in de woning.

De bewijsmiddelen bestonden uit een politieproces-verbaal van de doorzoeking, deskundigenrapporten die de aanwezigheid van amfetamine bevestigden, en de verklaring van de verdachte zelf. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte opzettelijk amfetamine in de woning had, mede omdat de drugs zichtbaar waren en de verdachte toegang had tot de ruimtes waar de drugs werden aangetroffen.

De rechtbank kwalificeerde het bewezen feit als medeplegen van een strafbaar feit op grond van de Opiumwet. Gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek, werd een gevangenisstraf van 26 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden bijzondere voorwaarden opgelegd zoals reclasseringstoezicht en behandeling gericht op verslaving en psychische problematiek.

De voorlopige hechtenis werd geschorst vanaf 21 november 2025 en de in beslag genomen telefoon werd aan de verdachte teruggegeven. De straf houdt rekening met de passieve rol van de verdachte ten opzichte van zijn medeverdachte en de adviezen van de reclassering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van ruim 13 kilogram amfetamine.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-313374-25
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Datum zitting: 3 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres: [adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. E. Tamas
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met anderen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 13 kilogram amfetamine. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk amfetamine aanwezig heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 19 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning gelegen aan de [adres]) ongeveer 15,5 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of (in een auto, voorzien van kenteken [kenteken], geparkeerd staande in de tuin van de [adres]) ongeveer 3,5 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (telkens) zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine in de woning aan de [adres] (verder: de woning). Van het opzettelijk aanwezig hebben van de amfetamine in de auto met kenteken [kenteken] (verder: de auto) dient de verdachte te worden vrijgesproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine in de auto en in de bigshopper aangetroffen in zijn woning.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Partiële vrijspraak
Niet kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk amfetamine aanwezig heeft gehad in de auto. Daarvan zal de verdachte partieel worden vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op
of omstreeks19 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning gelegen aan de [adres]) ongeveer 13,6
15,5kilogram,
in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende amfetamine
en/of (in een auto, voorzien van kenteken [kenteken], geparkeerd staande in de tuin van de [adres]) ongeveer 3,5 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (telkens)zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Het klopt dat ik sta ingeschreven in de woning aan de [adres]. Ik woonde daar ook feitelijk. Op 19 november 2025 was ik in de woning. Ik kwam ook wel eens in de kamer waarin de bigshopper met drugs is aangetroffen. Ik heb mijn huissleutel ook aan de medeverdachte, [medeverdachte] gegeven.
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
Op 19 november 2025 werd een doorzoeking gedaan in de woning aan de [adres]. In de woning werd aangetroffen [verdachte]. In de woning zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen:
Kamer
Goednummer: [nummer 1]
Omschrijving: big shopper met bakken met wit pasta (op een kist rechts in de kamer)
Gewicht bruto: 13.661,0 gram
Resultaat indicatieve test: positief getest op amfetamine
Keuken
Goednummer: [nummer 2]
Omschrijving: twee bakken wit pasta (in hangend keukenkastje)
Gewicht bruto: 1.864,2 gram
Resultaat indicatieve test: positief getest op amfetamine
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Goednummer: 7056863
SIN: AASI2555NL
Omschrijving: Big shopper met daarin 13 kunststof diepvriesbakken met witte pasta
Nettogewicht: 12017 gram
Indicaties amfetamine
Goednummer: 7056901
SIN: AASI2554NL
Omschrijving: 2 kunststof diepvriesbakken met daarin witte pasta
Nettogewicht: 1610 gram
Indicatie: amfetamine of metamfetamine
4.
Deskundigenverslag [5]
AASI2555NL, 12017 gram, bevat amfetamine
5.
Deskundigenverslag [6]
AASI2554NL, 1610 gram, bevat amfetamine
2.3.3.
Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 19 november 2025 meerdere bakken met een witte substantie in de woning van de verdachte zijn aangetroffen, waarin – zo is later vastgesteld – amfetamine zat. De verdachte stond ingeschreven in deze woning en verbleef hier ook feitelijk. De bakken zijn onder meer aangetroffen in een openstaande tas in één van de kamers en in een kastje in de keuken, vertrekken van de woning tot welke verdachte toegang had en waar hij ook met enige regelmaat kwam. Daarbij neemt de rechtbank mee dat de bakken zonder meer zichtbaar zijn geweest in die vertrekken. Gelet hierop acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van deze middelen in zijn woning onaannemelijk. Daarom wordt bewezen verklaard dat de verdachte opzettelijk amfetamine aanwezig heeft gehad in de woning.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
feit 1
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij het bepalen van de straf rekening te houden met de omstandigheden waaronder de verdovende middelen in de woning zijn aangetroffen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid harddrugs, namelijk ruim 13 kilogram amfetamine. Het aanwezig hebben van een dergelijke hoeveelheid harddrugs is een ernstig strafbaar feit. Harddrugs zoals amfetamine zijn schadelijk voor de volksgezondheid en het gebruik ervan kan leiden tot verslaving en diverse lichamelijke en psychische problemen. Daarnaast gaat de handel in harddrugs veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals geweldsdelicten en vermogenscriminaliteit. Door een dergelijke grote hoeveelheid amfetamine aanwezig te hebben, heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit illegale circuit.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 20 februari 2026 staat onder meer het volgende. Er zijn risicofactoren op meerdere leefgebieden. De verdachte zal op korte termijn dakloos raken en gebruikt al jaren speed om zichzelf actief te houden. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een licht verstandelijke beperking en worden tekorten gezien in zijn interpersoonlijke- en oplossingsvaardigheden. Bij een bewezenverklaring acht de reclassering het sociaal netwerk delictgerelateerd, aangezien het delict met een medeverdachte is gepleegd. De verdachte heeft geen dagbesteding en staat onder bewind. De verdachte is naar de inschatting van de reclassering niet voldoende zelfredzaam. Bij een veroordeling wordt dan ook reclasseringstoezicht, inclusief een behandelverplichting noodzakelijk geacht. Er wordt een hulpverleningstraject geadviseerd gericht op begeleid wonen. Er wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:
  • meldplicht bij de reclassering;
  • ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;
  • verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
  • meewerken aan diagnostiek.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit wordt een gevangenisstraf opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Voor het aanwezig hebben van tussen de 10 en 20 kilogram harddrugs wordt als uitgangspunt genomen een gevangenisstraf van 30 maanden. Strafverminderend wordt meegenomen dat de verdachte een passieve en substantieel kleinere rol dan zijn medeverdachte lijkt te hebben gespeeld in het feit. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van 26 maanden wordt passend en geboden geacht. Van die gevangenisstraf zal een gedeelte, namelijk zes maanden, voorwaardelijk worden opgelegd. De rechtbank verbindt aan deze voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de telefoon van de verdachte aan hem wordt teruggegeven.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de telefoon van de verdachte aan hem terug te geven.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoon met goednummer: 7057145.

6.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 21 november 2025 geschorst. De rechtbank zal daarover gelet op de op te leggen straf geen nadere beslissing nemen.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 26 (zesentwintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 (zes) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken;
de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Indien er sprake is van overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
de verdachte verblijft bij het Leger des Heils of een andere instelling voor (beschermd wonen of) begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
de verdachte meewerkt aan diagnostiek bij Fivoor of een soortgelijke instelling;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave van de telefoon met goednummer 7057145 aan de verdachte.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en M.S. Polet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.
Mrs. F.P.J. Schoonen en E.S. Brouwer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal onderzoek Pastinaak met nummer [nummer 3].
2.Verklaard tijdens de zitting van 3 maart 2026.
3.Pagina’s 11-41.
4.Pagina’s 145-158.
5.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 159.
6.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 160.