ECLI:NL:RBROT:2026:3736
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing moratorium en opschorting ontruiming huurwoning voor zes maanden
Verzoeker heeft op 12 februari 2026 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was gepland op 17 februari 2026 na een vonnis van 8 mei 2025. Verzoeker was tot december 2025 zelfstandig ondernemer, heeft zijn onderneming gestaakt en wacht op toekenning van een PW-uitkering, die vertraging ondervindt door een administratieve fout in de Basis Registratie Personen.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de geplande ontruiming en weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en schuldhulpverlening wil doorlopen, tegen het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren. Verzoeker kan de lopende huurtermijnen voldoen met voorschotten en toeslagen, en heeft de huur over februari en maart 2026, zij het te laat, voldaan.
De rechtbank acht het belang van verzoeker zwaarder en wijst het moratorium toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huur wordt voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Schuldhulpverlening zal verslag uitbrengen over de voortgang.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op.