Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3740

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
FT RK 25/2247
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) 2020/1784Art. 11 lid 2 onder a Verordening (EU) 2020/1784
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing faillissementsverzoek wegens mislukte betekening in Polen

Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot faillietverklaring van verweerder ingediend, die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft maar in Polen verblijft. Verweerder is opgeroepen op het adres van zijn eenmanszaak in Nederland en vervolgens via een deurwaarder in Polen, conform Verordening (EU) 2020/1784.

De rechtbank heeft verzoekster meerdere kansen gegeven om de betekening te laten slagen, waaronder aanhoudingen van de procedure. De Poolse deurwaarder heeft echter gemeld dat de betekening niet heeft kunnen plaatsvinden en dat het formulier K, dat bevestigt dat betekening is mislukt, te laat zal worden teruggestuurd.

Omdat niet kan worden vastgesteld dat verweerder de oproep heeft ontvangen, wijst de rechtbank het faillissementsverzoek af. De uitspraak is gedaan door rechter J.T.P. Pot op 11 maart 2026. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat.

Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat verweerder de oproep heeft ontvangen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Rekestnummer: [nummer]
BESCHIKKING op het verzoek van:
De stichting
[stichting A]
mede h.o.d.n. [bedrijf A] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. E.T. van den Hout
strekkende tot faillietverklaring van:
[persoon B] h.o.d.n. [bedrijf B] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
(voorheen) zaakdoende te [adres] , [postcode] [plaats] ,
verweerder.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 23 december 2025 een verzoek strekkende tot het uitspreken van het faillissement van verweerder bij de rechtbank ingediend.
Verzoekster is, bij monde van mr. K. Zwaaneveldt, advocaat, op 20 januari 2026 en
17 februari 2026 in raadkamer gehoord. Verweerder is niet verschenen.
Verweerder is opgeroepen op het adres van zijn eenmanszaak aan de [adres] te [postcode] [plaats] . Ter zitting van 20 januari 2026 is de behandeling van het verzoek aangehouden tot 17 februari 2026, teneinde verzoekster in de gelegenheid te stellen verweerder via een deurwaarder op te roepen op zijn woonadres te Polen, waar hij blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel zou verblijven.
Op 17 februari 2026 heeft verzoekster stukken overgelegd waaruit blijkt dat de deurwaarder op 28 januari 2026 een exploot heeft verzonden aan de daartoe bevoegde instantie in Polen met het verzoek dit aan verweerder te betekenen. De zaak is aangehouden tot 3 maart 2026, teneinde verzoekster in de gelegenheid te stellen te laten weten of de betekening is gelukt. Op 3 maart 2026 heeft verzoekster de rechtbank geïnformeerd. Naar aanleiding van dit bericht heeft de rechtbank op 3 maart 2026 nadere informatie verzocht en de uitspraak aangehouden tot 11 maart 2026.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De standpunten

In het verzoekschrift is gesteld dat verzoekster op verweerder een opeisbare vordering heeft uit hoofde van pensioenpremies. Ook is er sprake van steunvorderingen. Verweerder verkeert in de toestand van hebben opgehouden te betalen, aldus verzoekster.

3.De beoordeling

Het kan niet worden vastgesteld dat verweerder de oproep heeft ontvangen. Verzoekster heeft weliswaar alle benodigde stappen ondernomen om de oproep bij verweerder te betekenen, maar desondanks is niet gebleken dat de oproep verweerder heeft bereikt. Daartoe is van belang dat verzoekster via haar deurwaarder de oproep conform Verordening (EU) 2020/1784 (hierna: de Verordening) heeft laten betekenen aan verweerder in Polen. Op grond van artikel 11, lid 2, onder a van de Verordening brengt de ontvangende instantie, in dit geval de Poolse deurwaarder, de verzendende instantie, in dit geval de Nederlandse deurwaarder, met het formulier K van de Verordening op de hoogte als de betekening niet heeft kunnen plaatsvinden binnen een maand.
De Poolse deurwaarder heeft verzoekster op 27 februari 2026 bericht dat het formulier K te laat zal worden teruggestuurd, omdat de aan verweerder gestuurde correspondentie door hem niet is ontvangen. Hieruit volgt dat de betekening niet is geslaagd. De correspondentie, in dit geval het faillissementsverzoek met aanzegging op de zitting van 17 februari 2026 te verschijnen, is immers niet door verweerder ontvangen. Daarbij komt dat wordt aangezegd dat het formulier K zal worden verzonden. Dit formulier wordt blijkens artikel 11 van Pro de Verordening gebruikt in het geval de betekening niet heeft kunnen plaatsvinden.
Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring.
Deze beschikking is op 11 maart 2026 gegeven door mr. J.T.P. Pot, rechter, in aanwezigheid van C. van der Velde, griffier. [1]