Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- [persoon B] , werkzaam bij Stichting Havensteder, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning schorst. De ontruiming was eerder bevolen in een vonnis van 21 september 2023, maar werd uitgesteld vanwege eerdere aanmeldingen voor schuldhulpverlening die niet zijn gestart.
De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zal plaatsvinden. Verzoekster heeft zich aangemeld bij schuldhulpverlening en kan met haar inkomen en toeslagen de lopende huur betalen. De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die met haar minderjarige kinderen in de woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, zwaarder dan het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren.
De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen, waaronder tijdige betaling van de huurtermijnen. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog niet is gestart. De schorsing geldt voor zes maanden vanaf 2 februari 2026, met verlenging van de huurovereenkomst voor die periode.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling.