De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot 29 augustus 2026. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en de moeder oefent het ouderlijk gezag uit. De omgang tussen moeder en kind vindt eens per drie weken plaats, waarbij de minderjarige soms nog zelfbepalend gedrag vertoont na de omgang.
De moeder voert geen verweer tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzoekt om een kortere duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij benadrukt haar inzet en de wens tot meer omgang, maar ervaart frustratie over de beperkte contactmomenten en het gebrek aan duidelijkheid over verbeterpunten. De gezinshuisouders geven aan dat de omgang soms spanning veroorzaakt bij de minderjarige, maar dat er goede samenwerking is met de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De minderjarige ontwikkelt zich goed, maar er blijven zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling en trauma. Speltherapie wordt aanbevolen. De omgangsregeling blijft ongewijzigd, maar de kinderrechter benadrukt het belang van een plan van aanpak in overleg met alle betrokkenen en het delen van omgangsverslagen met de moeder.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 29 augustus 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door kinderrechter M.A. van der Laan-Kuijt.