Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3744

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/10/703946 / JE RK 25-1536
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot 29 augustus 2026. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en de moeder oefent het ouderlijk gezag uit. De omgang tussen moeder en kind vindt eens per drie weken plaats, waarbij de minderjarige soms nog zelfbepalend gedrag vertoont na de omgang.

De moeder voert geen verweer tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzoekt om een kortere duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij benadrukt haar inzet en de wens tot meer omgang, maar ervaart frustratie over de beperkte contactmomenten en het gebrek aan duidelijkheid over verbeterpunten. De gezinshuisouders geven aan dat de omgang soms spanning veroorzaakt bij de minderjarige, maar dat er goede samenwerking is met de moeder.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De minderjarige ontwikkelt zich goed, maar er blijven zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling en trauma. Speltherapie wordt aanbevolen. De omgangsregeling blijft ongewijzigd, maar de kinderrechter benadrukt het belang van een plan van aanpak in overleg met alle betrokkenen en het delen van omgangsverslagen met de moeder.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 29 augustus 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door kinderrechter M.A. van der Laan-Kuijt.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 29 augustus 2026 met behoud van de huidige omgangsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/703946 / JE RK 25-1536
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N. Nentjes, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gezinshuisouders van [voornaam minderjarige]
hierna te noemen: de gezinshuisouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de tussenbeschikking van 29 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI met bijlage van 2 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 10 februari 2026;
  • het stuk door de moeder ter zitting overgelegd.
1.2.
Op 24 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaand door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
- de gezinshuisouders.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een gezinshuis.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 september 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 3 april 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 april 2026.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 3 april 2026 is al beslist. Er dient nog te worden beslist over de periode tot 29 augustus 2026.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Een keer in de drie weken is er omgang met de moeder. De omgang vindt niet meer plaats op het kantoor van de GI, maar op prettigere locaties. [voornaam minderjarige] laat na de omgangen steeds meer zien dat zij haar emoties kan reguleren. Toch heeft zij na de omgang soms nog last van zelfbepalend gedrag. De GI begrijpt de wens van de moeder om meer omgang te hebben, maar in overleg met de gedragswetenschapper is geconcludeerd dat dit momenteel niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. Het hof heeft vorig jaar de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarna besloten is de omgang te laten zoals het is. Wel wordt er gekeken hoe de omgang het best kan worden vormgegeven. De GI is bezig met het zoeken naar een praktijk voor de speltherapie voor [voornaam minderjarige] . De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek gedaan naar het gezag van de moeder en heeft geadviseerd om het gezag van de moeder te beëindigen. Op 16 april 2026 staat de zitting gepland.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder wordt geen verweer gevoerd ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling. Wel wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een kortere duur dan is verzocht. De situatie is voor de moeder erg frustrerend. De moeder heeft sinds de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Het is enorm verdrietig dat de moeder [voornaam minderjarige] zo kort, en alleen onder begeleiding, mag zien. De moeder is altijd respectvol geweest naar de GI en zij wil alleen stabiliteit. Door de vele wisselingen van de jeugdbeschermers worden er steeds stapjes terug gedaan. Binnenkort zal er weer een nieuwe jeugdbeschermer komen. Toch lukt het de moeder iedere keer weer om respectvol en geduldig te blijven. De rechtbank heeft zich in de eerdere beschikkingen kritische uitgelaten over de vele wisselingen en over de omgang. De uitspraak van het hof is inmiddels een jaar oud en daarin staat dat het hof erop vertrouwt dat, gelet op de goede samenwerking tussen de GI en de (advocaat van de) moeder, dat de omgang tussentijds geëvalueerd zal worden en de omgang waar mogelijk ook zal worden uitgebreid. Al die tijd is kritisch gekeken naar haar houding tijdens de contactmomenten en naar de wens van [voornaam minderjarige] , maar de omgang is niet uitgebreid. De moeder heeft geen verslagen van de omgangsmomenten, waardoor het onbegrijpelijk is waarom de omgang niet kan worden uitgebreid en ook niet duidelijk is waaraan de moeder moet werken. Uit de terugkoppeling na de omgangsmomenten komen geen verbeterpunten naar voren. De moeder wil graag weten wat zij moet doen, zodat de omgang wel kan worden uitbreiden. De afgelopen periode is er te weinig gebeurd en de moeder hoopt dat de GI met een plan komt om de rol van de moeder in het leven van [voornaam minderjarige] zo groot mogelijk te maken.
4.2.
Aanvullend brengt de moeder ter zitting – samengevat – het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich prachtig, ondanks dat zij al drie jaar uit huis is geplaatst. De band tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is onverwoestbaar en haar welzijn is de enige prioriteit. Ook tijdens de korte omgangsmomenten is de band duidelijk zichtbaar. Binnenkort komt er weer een nieuwe jeugdbeschermer en dit zorgt voor onrust. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met [voornaam minderjarige] . Daarnaast heeft de moeder moeite met de rapportages van de ondertoezichtstelling. De moeder wenste een rectificatie, maar wordt door de GI compleet genegeerd. Uit de rapportages volgt dat de moeder mogelijk een licht verstandelijke beperking heeft, maar zij heeft haar vwo afgerond en heeft een propedeuse van een hbo-studie. De moeder hoopt dat [voornaam minderjarige] de stabiliteit krijgt die de GI haar momenteel ontzegt.

5.Het standpunt van de gezinshuisouders

5.1.
De gezinshuisouders brengen ter zitting het volgende naar voren. De gezinshuisouders hebben het idee dat er al wordt gekeken naar hoe de moeder meer ruimte kan krijgen tijdens de omgang. De omgang vindt niet meer plaats in het kantoor en er wordt gekeken of de moeder ook bij de zwemles van [voornaam minderjarige] kan komen kijken. Dit zal een extra contactmoment zijn in het dagelijks leven. Daarnaast is er wekelijks contact waarbij de pleegmoeder aan de moeder foto’s en video’s verstrekt. De samenwerking tussen de gezinshuisouders en de moeder verloopt goed. Bij een eventuele uitbreiding van de contactmomenten moet goed gekeken worden naar het belang van [voornaam minderjarige] . Sommige bezoekmomenten verlopen erg goed, maar er zijn ook momenten waar [voornaam minderjarige] zichtbaar spanning van krijgt. Zij laat dan behoorlijk zelfbepalend gedrag zien en houdt de regie bij zichzelf.

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
Het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij de gezinshuisouders. Zij ontwikkelt zich goed en zit op haar plek in het gezinshuis. Er bestaan nog wel steeds zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] en bij [voornaam minderjarige] is sprake van trauma. Het is daarom belangrijk dat er de komende periode met speltherapie wordt gestart. De kinderrechter stelt vast dat hetgeen wat in de beschikking van 29 september 2025 is overwogen ten aanzien van de beperkte omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] nog onverkort geldt. De GI blijft bij haar standpunt dat de omgang niet kan worden uitgebreid. Voor wat betreft de mogelijkheden van uitbreiding, is er echter nog veel onduidelijk over de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . Dit blijkt ook uit de verschillende verhalen die ter zitting zijn verteld over hoe het verloopt. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer samen met de moeder en de gezinshuisouders om tafel gaat om de mogelijkheden over de omgang te bespreken. Zodoende kan er een plan van aanpak worden gemaakt. Daarbij zou het helpend zijn om de omgangsverslagen te delen met de moeder en de advocaat van de moeder omdat op die manier helderheid wordt gecreëerd wat goed en wat niet goed gaat en dat de moeder weet welke stappen er moeten worden gezet. Een ander punt is dat er binnenkort wéér een nieuwe jeugdbeschermer zal starten. De wissel van jeugdbeschermer zorgt niet voor de gewenste stabiliteit en continuïteit. Ook zal er binnenkort een zitting gepland worden ten aanzien van het ouderlijk gezag van de moeder. Dit alles zorgt logischerwijs voor spanning bij de moeder. Ook de inzet van speltherapie kan bij [voornaam minderjarige] wat teweegbrengen en dit zal door de GI moeten worden gemonitord. De kinderrechter benadrukt dat de vraag of de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] moet worden uitgebreid, los staat van de beslissing over het gezag van de moeder. De moeder zal altijd de moeder van [voornaam minderjarige] blijven. Het is knap dat de moeder, ondanks alle wisselingen bij de GI, blijft doorzetten en de hulp blijft accepteren en de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de gezinsouders ondersteund. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de GI met alle betrokkenen goed gaat kijken naar welke rol er voor de moeder in het leven van [voornaam minderjarige] is weggelegd.
6.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling als onweersproken verlengen voor de resterende duur, te weten tot 29 augustus 2026. Daarnaast verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 augustus 2026.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 29 augustus 2026;
7.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 augustus 2026;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 31 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.