Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3745

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/10/703983 / JE RK 25-1544
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige binnen netwerk bij oma

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de oma van vaderszijde. De minderjarige verblijft sinds jonge leeftijd deels bij de oma en deels bij de ouders, waarbij de moeder sinds kort meer zorg op zich neemt.

De ouders zijn het niet eens over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling; de vader wil co-ouderschap, de moeder wil volledige zorg. De oma heeft de minderjarige vijf jaar opgevoed en wil blijven zorgen. De kinderrechter constateert dat ondanks positieve ontwikkelingen en afgeronde hulpverleningstrajecten, de ouders nog niet tot overeenstemming zijn gekomen.

Gezien de spanningen tussen ouders en het belang van stabiliteit voor de minderjarige, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 4 oktober 2026. De kinderrechter benadrukt het belang van betrokkenheid van vader, moeder en oma en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de oma wordt verlengd tot 4 oktober 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/703983 / JE RK 25-1544
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S.J. Daniëls, kantoorhoudende te Utrecht,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
[naam oma (vz)],
hierna te noemen: de oma van vaderszijde (vz), wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de tussenbeschikking van 15 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI met bijlage van 3 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het aanvullend verslag van het gezinstrainingsprogramma van 19 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026.
1.2.
Op 24 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de oma vz;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de oma vz en de vader. Van maandagmiddag uit school tot donderdagochtend verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 september 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 4 oktober 2026. Bij diezelfde beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de oma vz, verlengd tot 4 april 2026.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma vz te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 4 april 2026 is al beslist. Er dient nog te worden beslist over de periode tot 4 oktober 2026.
3.2.
Ter zitting handhaaft de GI het verzoek en licht dit als volgt toe. Sinds de vorige zitting is de situatie tussen de ouders enorm veranderd. De ouders waren het veel met elkaar eens, maar momenteel is er veel discussie over de vraag waar [voornaam minderjarige] moet opgroeien. De vader wil co-ouderschap en de moeder wil dat [voornaam minderjarige] zeven dagen in de week bij haar komt wonen. Systeemtherapie is ingezet en de GI hoopt dat daardoor de spanning tussen de ouders wordt weggenomen. De GI hoopt dat het de ouders lukt om het onderling te regelen en dat er een passende verdeling komt. Daarbij benadrukt de GI dat de vader, de moeder en de oma vz alle drie enorm belangrijk zijn voor [voornaam minderjarige] . De huidige situatie, waarin er onderling veel spanning is, brengt ook voor [voornaam minderjarige] veel spanning mee en dat is niet in zijn belang.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het resterende deel van het verzoek. De moeder verzoekt het resterende deel van het verzoek af te wijzen. De afgelopen periode heeft de moeder hard aan zichzelf gewerkt en zij voldoet aan alle gestelde eisen. Ook uit de stukken komt naar voren dat de moeder enorme stappen heeft gezet. De moeder voelt dat [voornaam minderjarige] rust krijgt in zijn leven, wanneer hij bij de moeder verblijft. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zeven dagen per week bij de moeder kan zijn. De moeder vindt het goed dat de GI een rol blijft spelen en de moeder snapt ook dat de vader en de oma vz een belangrijke rol hebben in het leven van [voornaam minderjarige] . Het is nu weer tijd om de oude situatie te hervatten en [voornaam minderjarige] weer bij de moeder te laten wonen. Een verlenging zou voor veel onrust zorgen. De moeder wil de volledige zorg dragen voor [voornaam minderjarige] , wil geen co-ouderschap met vader maar wil wel meewerken aan een omgangsregeling.
4.2.
De vader staat achter een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De vader werkt aan alles mee en wil met de moeder een passende zorgregeling opstellen. De ouders zitten nog midden in een hulpverleningstraject. De situatie is lastig, omdat er momenteel veel spanningen en discussies zijn over de omgang. De vader houdt veel van [voornaam minderjarige] en wil ook door de weeks bij hem betrokken blijven.
4.3.
De oma vz brengt ter zitting het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] heeft vijf jaar lang bij de oma vz gewoond en de oma vz heeft de rol van moeder gehad. De oma vz vindt het jammer dat zij van de moeder geen waardering krijgt voor de afgelopen periode en dat de verstandhouding ernstig is verstoord. De oma vz maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige] . De oma vz wil graag voor [voornaam minderjarige] blijven zorgen, gelet op de spanningen die er zijn.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] heeft op jonge leeftijd al veel meegemaakt. Toen [voornaam minderjarige] een jaar oud was, is hij uit huis geplaatst bij de oma vz. De oma vz heeft [voornaam minderjarige] bijna 5 jaar opgevoed. De oma vz was al die jaren de hoofdopvoeder. Inmiddels heeft de moeder stappen gezet en is de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder uitgebreid en verblijft [voornaam minderjarige] van maandag na school tot donderdag ochtend bij de moeder. De andere dagen verblijft [voornaam minderjarige] bij de oma vz en de vader. De afgelopen periode zijn er positieve ontwikkelingen zichtbaar en het gaat goed met [voornaam minderjarige] bij beide ouders. Het gezinstrainingsprogramma van de moeder en [voornaam minderjarige] is afgerond en zelfs een KSCD onderzoek wordt niet meer nodig geacht. Desondanks is het de ouders tot op heden niet gelukt om tot een overeenstemming te komen over de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter begrijpt dat het vaststellen van de zorgregeling zorgt voor spanning en discussie bij de ouders, maar het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] daar geen last van heeft.
5.3.
De kinderrechter acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat de vader, de moeder en de oma vz een rol spelen in zijn leven. Het is positief dat de moeder hard aan zichzelf heeft gewerkt en de zorg voor [voornaam minderjarige] weer op zich kan nemen. Dit neemt alleen niet weg dat ook de vader en de oma vz voor [voornaam minderjarige] belangrijk zijn. [voornaam minderjarige] heeft immers vijf jaar lang bij de oma vz gewoond. Het is fijn dat zowel de vader als de moeder nu een veilige omgeving aan [voornaam minderjarige] kunnen bieden. Het is de taak van de ouders om samen tot een passende regeling te komen. Ter zitting hebben de advocaat van de moeder en de GI aangegeven mee te willen denken met de ouders. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het de ouders lukt om de situatie zo prettig mogelijk te maken voor [voornaam minderjarige] . Als ouders uit elkaar gaan, is het niet ongebruikelijk dat ouders apart van elkaar wonen en het kind afwisselend bij beide ouders verblijft. Tot er een duidelijke regeling is vastgesteld, is het in het belang van [voornaam minderjarige] dat de huidige situatie wordt voortgezet. De kinderrechter acht het op dit moment niet in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zeven dagen per week bij de moeder verblijft. In de huidige situatie kan [voornaam minderjarige] de belangrijke personen in zijn leven structureel blijven zien. De kinderrechter is er, gelet op wat de moeder ter zitting heeft verteld, niet gerust op dat de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader en de oma vz doorloopt als de machtiging tot uithuisplaatsing niet wordt verlengd. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing voor de verzochte duur, te weten tot 4 oktober 2026.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6.
De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de oma van vaderszijde, tot 4 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 31 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.