Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 december 2025,
- de producties 1 tot en met 19 van [eiser] ,
- de incidentele conclusie ex artikel 224 Rv Pro van [gedaagde] ,
- de producties 1 tot en met 3 van [gedaagde] ,
- de (vervangende) akte wijziging van eis,
- de reactie van mr. Bol op de incidentele vordering,
- het bewijs van betaling door [eiser] van € 2.376,00 op de rekening van Stichting Beheer Derdengelden inzake HWTK Advocatuur,
- de pleitnota van mr. Bol,
- de spreekaantekeningen van mr. Loonstein.
2.De feiten
lifting of the corporate veil” gevorderd zodat [eiser] persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden. Bij beslissing van 29 december 2023 heeft het gerechtshof de beslissing van 9 juni 2022 bekrachtigd. Ten aanzien van de wijziging van de grondslag van de eis is de curator niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft het gerechtshof overwogen dat het beroep volgens Dominicaans recht beperkt moet blijven tot de vorderingen die bij de rechtbank zijn ingesteld. Er is geen cassatie ingesteld.
to lift the corporate veil” en [eiser] te veroordelen tot betaling van € 80.000,00.
3.Het geschil
4.De beoordeling
legal opinionvan haar advocaat [naam advocaat] dat het om een nieuwe procedure gaat. Ook staat daarin dat, net als in de beslissing van het gerechtshof van 29 december 2023, [gedaagde] de vordering tot “
lifting of the corporate veil” in de eerdere civiele procedure al in eerste instantie naar voren had moeten brengen. Verder neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat in de beslissing van het gerechtshof van 29 december 2023 niet wordt verwezen naar een nog in te stellen vervolgprocedure en dat de nieuwe procedure pas anderhalf jaar later aanhangig is gemaakt. Ten slotte is van belang dat de nieuwe procedure lijkt te zijn gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid, terwijl het beslag is gelegd voor een vordering wegens het niet-nakomen van een geldleenovereenkomst.
- kosten dagvaarding: € 148,57
- griffierecht: € 331,00
- salaris advocaat: € 1.177,00
- nakosten: