ECLI:NL:RBROT:2026:3831
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen compensatiebesluit Wet hersteloperatie toeslagen met schadevergoeding redelijke termijn
Eiseres, aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen waarin een compensatiebedrag van €31.588,- is vastgesteld op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat eiseres de kinderopvangtoeslag zelf heeft stopgezet per 30 september 2014, waardoor geen recht bestaat op compensatie over de periode daarna. Het beroep op specifieke paragrafen van het Handboek Integrale Beoordeling wordt verworpen. Eiseres kan haar schadepost inbrengen bij de Commissie werkelijke schade.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep is overschreden met zestien maanden. De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen en de Staat tot betaling van een schadevergoeding van in totaal €1.500,- aan eiseres, waarbij de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding eveneens worden toegewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft het bestreden besluit en veroordeelt beide partijen tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het compensatiebesluit wordt ongegrond verklaard en er wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.