Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met twaalf bijlagen;
- de mondelinge behandeling op 27 maart 2026.
2.De zaak in het kort
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
4041/3194
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze kort gedingprocedure vorderen partijen, ex-partners die samen een woning bezitten, het exclusieve gebruik van de woning na hun relatiebreuk. De moeder met haar twee minderjarige kinderen, die zorg en rust nodig hebben, verzoekt om het uitsluitend gebruik voor zes maanden toe te kennen. De ex-partner vordert eveneens het exclusieve gebruik en daarnaast dat de moeder meewerkt aan de verkoop van de woning.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen af. De moeder en haar kinderen hebben een zwaarder belang bij het gebruik van de woning vanwege de zorgbehoefte van de kinderen, waaronder stressgerelateerde problemen en naderende eindexamens. De ex-partner beschikt niet over andere woonruimte, maar zijn situatie weegt minder zwaar omdat hij een eenpersoonshuishouden voert en er mogelijkheden zijn voor tijdelijke huisvesting.
De rechtbank wijst het exclusieve gebruik toe aan de moeder voor zes maanden, met ingang van 8 april 2026, en veroordeelt de ex-partner de woning uiterlijk 7 april 2026 te verlaten, onder dreiging van een dwangsom. De tegenvorderingen van de ex-partner, waaronder medewerking aan verkoop en oplevering, worden afgewezen. De moeder wordt veroordeeld de hypotheeklasten vanaf 8 april 2026 te dragen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Exclusief gebruik woning wordt toegekend aan moeder met kinderen voor zes maanden; ex-partner moet woning binnen een week verlaten.