Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3868

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/10/712346 / JE RK 25-2678
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige opvoedingsproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2011. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten groep bij Schakenbosch en heeft een voorgeschiedenis van ernstige gedragsproblemen, waaronder agressie, middelengebruik en hechtingsproblemen.

De kinderrechter heeft eerder een spoedmachtiging verleend voor uithuisplaatsing tot 20 januari 2026. De GI verzoekt nu om verlenging van deze machtiging voor drie maanden, met een perspectiefplan voor nazorg en doorplaatsing naar een andere locatie. De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek en benadrukt de noodzaak van een veilige, gestructureerde omgeving voor intensieve behandeling.

De minderjarige zelf stemt in met het verzoek en is niet aanwezig op de zitting. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen maar is correct opgeroepen. De kinderrechter concludeert dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige belemmeringen in de ontwikkeling en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.

De machtiging wordt verleend voor de periode van 16 januari 2026 tot uiterlijk 16 april 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/712346 / JE RK 25-2678
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
advocaat mr. L.A. Middelkoop, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2025, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het proces-verbaal van 24 december 2025;
  • het proces-verbaal van 31 december 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 7 januari 2026, ontvangen op 8 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren is voortgezet op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van [voornaam minderjarige] , voornoemd;
  • de vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De moeder is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
[voornaam minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening ter zitting kenbaar te maken. Hij heeft ervoor gekozen, in overleg met zijn advocaat, om niet aanwezig te zijn.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 30 mei 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 december 2025 een spoedmachtiging verleend om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot uiterlijk 20 januari 2026. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI heeft met spoed een machtiging verzocht tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken. Dit verzoek is al toegewezen.
3.2.
Aansluitend heeft de GI verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden. De beslissing op dit verzoek is tweemaal aangehouden, omdat de vereiste instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper ontbrak. Op dit verzoek moet nog beslist worden.
3.3.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. Inmiddels heeft een gedragswetenschapper [voornaam minderjarige] kunnen spreken en ingestemd met een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. [voornaam minderjarige] verblijft nu bij Schakenbosch. Schakenbosch heeft hem een plek aangeboden voor drie maanden, onder de voorwaarde dat er een duidelijk perspectiefplan komt voor de periode na deze drie maanden. De Tussenstap, waar [voornaam minderjarige] eerder verbleef, ziet mogelijkheden om hem na deze drie maanden op een nieuwe groep, op een nieuwe locatie te plaatsen. Hij krijgt dan de kans om een nieuwe start te maken. De Tussenstap stelt hiervoor de voorwaarde dat Schakenbosch nazorg biedt tijdens de overgangsperiode. Schakenbosch heeft deze nazorg toegezegd. [voornaam minderjarige] zal de komende periode bij Schakenbosch onderzocht worden, zodat duidelijk wordt welke hulpverlening er aanvullend ingezet dient te worden.
3.4.
Tenslotte benadrukt de GI dat het voor [voornaam minderjarige] van belang is dat hij weet dat er iemand onvoorwaardelijk voor hem is. Hij heeft veel wisselende verblijfsplekken gekend en veel mensen in zijn leven zijn gekomen en gegaan. De relatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verloopt ook wisselend. De GI heeft goed contact met de moeder. Zij geeft aan dat zij de verantwoordelijkheid over [voornaam minderjarige] niet kan of wil dragen. Hoewel de moeder momenteel bijvoorbeeld wel vraagt hoe het met [voornaam minderjarige] gaat, wenst zij het gezag over hem niet meer te dragen. Op dit moment loopt er een raadsonderzoek naar de passendheid van een gezagsbeëindigende maatregel.

4.Het standpunt van de advocaat van [voornaam minderjarige]

4.1.
De advocaat van [voornaam minderjarige] stemt ter zitting, alles afwegende, in met het verzoek van de GI. Zij heeft [voornaam minderjarige] meermaals gesproken. Hij verzet zich niet tegen het verzoek. Hij ziet in dat het voor hem goed is als hij de komende drie maanden bij Schakenbosch op een gesloten groep verblijft. Het is positief dat [voornaam minderjarige] perspectief wordt geboden. Hoewel in de titel van de instemmingsverklaring en in instemmingsverklaring zelf wordt verwezen naar (de wetsartikelen voor) de spoedprocedure voor een gesloten machtiging, gaat de advocaat er gelet op de bewoordingen vanuit dat de instemmingsverklaring ziet op de reguliere procedure. Relevant daarbij is dat [voornaam minderjarige] instemt met het verzoek van de GI.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat na het afbouwen van 1-op-1 begeleiding bij de Tussenstap [voornaam minderjarige] nog niet in staat was om met de verkregen vrijheden om te gaan. Hij liep weg, hield zich niet aan afspraken en vertoonde toenemend verbaal en fysiek agressief gedrag, middelengebruik en sterk zelfbepalend gedrag. Er ontstonden zorgen over zijn eigen veiligheid en die van anderen. De Tussenstap heeft uiteindelijk laten weten de veiligheid van [voornaam minderjarige] , zijn groepsgenoten en medewerkers niet langer te kunnen waarborgen. Dit heeft geleid tot de spoedplaatsing in gesloten jeugdhulp.
5.3.
De onafhankelijke gedragswetenschapper concludeert dat [voornaam minderjarige] een jongen is met een belast verleden bij wie trauma, hechtingsproblemen, ADHD en ASS speelt. Er is een zorgelijke ontwikkeling op het gebied van zijn cognitieve, sociaal-emotionele, psychoseksuele en identiteitsontwikkeling. Hij heeft zeer intensieve begeleiding nodig. Na verschillende open woonvormen is duidelijk geworden dat [voornaam minderjarige] op dit moment meer nodig heeft dan een open instelling hem kan bieden. Hij heeft een zeer gestructureerde opvoedomgeving nodig waarbij hij intensieve behandeling kan gaan krijgen. Dit kan volgens de gedragswetenschapper enkel op een veilige manier geboden worden binnen de gesloten jeugdzorg.
5.4.
De kinderrechter overweegt dat de instemmingsverklaring op het eerste gezicht enkel gericht lijkt op het spoedverzoek van de GI. Zo is op elke pagina onderaan vermeld dat de verklaring een spoedmachtiging betreft. Op verschillende plekken in de instemmingsverklaring wordt het wetsartikel voor de spoedmachtiging vermeld, art. 6.1.3 derde lid van de Jeugdwet. Echter, uit de tekst blijkt dat de instemmingsverklaring ook ziet op het reguliere verzoek voor de duur van drie maanden. De kinderrechter weegt mee dat [voornaam minderjarige] zelf instemt met het verzoek.
5.5.
[voornaam minderjarige] verblijft op dit moment bij Schakenbosch. Schakenbosch biedt hem een plaats voor drie maanden, met als doel rust te creëren, diagnostiek en observatie uit te voeren en in kaart te brengen welke behandeling passend is voor hem. De GI heeft daarnaast een concreet perspectief geschetst: na deze periode kan [voornaam minderjarige] doorstromen naar een andere locatie van De Tussenstap om daar een nieuwe start te maken. Schakenbosch heeft toegezegd nazorg te zullen bieden.
5.6.
Op grond van vorenstaande zal de kinderrechter de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp toewijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 16 januari 2026 tot uiterlijk 16 april 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.