Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Datum en tijdstip van de bevinding(en): 27 mei 2024, omstreeks 9.20 uur.
Beoordeling door de rechtbank
Recidive is de derde boeteverhogende omstandigheid die in dit besluit is opgenomen. Als een overtreder binnen vijf jaar nadat voor een overtreding een bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden opnieuw die overtreding begaat, wordt het boetebedrag van de overtreding verhoogd met het bedrag van die eerder opgelegde bestuurlijke boete. Het eerste lid van artikel 2.5 van dit besluit is beperkt tot gevallen waarin hetzelfde voorschrift opnieuw wordt overtreden. In tegenstelling tot de recidivebepaling in de Regeling bestuurlijke boetes GWWD is bij soortgelijke overtredingen niet automatisch sprake van recidive. In de praktijk blijkt namelijk onduidelijk wat soortgelijke overtredingen zijn. Daarom wordt met het tweede en derde lid van artikel 2.5 voorzien in de mogelijkheid om overtredingen aan te wijzen die soortgelijk zijn aan andere overtredingen. Van deze aanwijzingsbevoegdheid zal geen gebruik worden gemaakt dan nadat enige ervaring is opgedaan met het opleggen van bestuurlijke boetes op de betreffende beleidsterreinen, meer duidelijkheid is ontstaan over de vraag welke overtredingen in concrete gevallen als soortgelijk kunnen worden beschouwd en verhoging van de boete bij soortgelijke overtredingen wenselijk is gebleken.”
andereovertredingen. Vaststaat dat verweerder van de mogelijkheid om dergelijke overtredingen aan te wijzen in een ministeriële regeling geen gebruik heeft gemaakt. Op dit moment kan verweerder een boete op grond van de Wet dieren dus alleen verhogen met het bedrag van een eerdere boete als in beide gevallen hetzelfde voorschrift is overtreden.