Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 93 dagen met aftrek
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks23 maart 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht
en/of brand heeft gesticht, bij een woning aan de [adres 2] , door open vuur in aanraking te brengen met een (zelfgemaakt) explosief, te weten een fles benzine met daaraan twee cobra's geplakt, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor
een of meergoederen, te weten andere goederen dan waaraan brand is gesticht, te duchten was
en
/of- levensgevaar en
/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de [adres 2] en
/ofbewoners
en/of passantenvan aanleunende (portiek)woningen te duchten was.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
jeugdreclasseerder [persoon A]toegelicht dat zij geen jeugdreclassering adviseert, zodat het wijkteam de hulpverlening aan de verdachte kan voortzetten. De jongerencoach is vanuit school ingezet en kan aanblijven. Een onvoorwaardelijke werkstraf in plaats van een voorwaardelijke werkstraf is passender vanwege het vergeldend karakter.
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 94 (vierennegentig) dagen;
90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
2 (twee) jarenonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
werkstrafvoor de duur van
80 (tachtig)
uren;
[slachtoffer 1], te betalen een bedrag van
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 1] (namens [slachtoffer 2] )te betalen een bedrag van
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 3], te betalen een bedrag van
€ 1.000,00 (zegge: duizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 4], te betalen een bedrag van
€ 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten andere goederen dan waaraan brand is gesticht, te duchten was
en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de [adres 2] en/of bewoners en/of passanten van aanleunende (portiek)woningen te duchten was;