Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:3991

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/10/710850 / JE RK 25-2460
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij grootouders

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar grootouders binnen het netwerk. De minderjarige verblijft sinds enige tijd bij de grootouders vanwege een ondertoezichtstelling, die is verlengd tot 2 juli 2026. De aanleiding voor de uithuisplaatsing is het overlijden van het broertje van de minderjarige en het daaropvolgende strafrechtelijk onderzoek waarbij de ouders als verdachten zijn aangemerkt.

De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling. De GI licht toe dat de Officier van Justitie voornemens is de vader niet strafrechtelijk te vervolgen, maar de moeder wel. Er wordt een plan voorbereid om te onderzoeken of en onder welke voorwaarden terugplaatsing bij de vader mogelijk is, waarbij ook urinecontroles en relatietherapie een rol spelen.

De moeder wenst een kortere verlenging met tussentijdse toetsmomenten en benadrukt haar inzet voor herstel en hulpverlening. De vader stemt in met verlenging mits er snel een duidelijk terugplaatsingsplan komt. De grootouders zijn bereid de minderjarige te blijven opvangen maar willen hun opvoedende rol afbouwen.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is om de GI voldoende tijd te geven het terugplaatsingsplan op te stellen en de voorwaarden te realiseren. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 2 juli 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de grootouders wordt verlengd tot 2 juli 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/710850 / JE RK 25-2460
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S. Pershad, kantoorhoudende te Arnhem,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[grootvader (vz)] en [grootmoeder (vz)] ,
hierna te noemen: de grootouders van vaderszijde (vz).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 10 maart 2026, ontvangen op 11 maart 2026;
  • het bericht van mr. R.H.P. Feiner van 3 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
  • de grootouders (vz).
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon B] (de broer van de moeder), [persoon C] (de schoonzus van de moeder) en [persoon D] (de medewerker van Enver).

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders (vz).
2.3.
Bij beschikking van 23 december 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 15 februari 2026. Het overig verzochte is aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 3 februari 2026 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), verlengd tot 18 maart 2026. Het overig verzochte is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er is al beslist op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 18 maart 2026. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026.
3.2.
De GI handhaaft het aangehouden verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De GI heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Dit is nog geen definitief besluit. Wanneer blijkt dat de vader daadwerkelijk niet wordt vervolgd, moet worden onderzocht of en op welke manier [voornaam minderjarige] bij hem kan worden teruggeplaatst en wat de rol van de moeder zal zijn. De GI is voornemens om hiertoe volgende week een plan op te stellen, dat met de ouders en hun advocaten kan worden besproken. Hoewel het plan volgende week af kan zijn, betekent dit niet dat [voornaam minderjarige] gelijk bij de vader kan worden teruggeplaatst. Het is belangrijk dat het NIKA-traject bij de vader start, dat urinecontroles bij de vader worden afgenomen en dat de relatietherapie van de ouders doorgang vindt. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026 is daarom nog nodig.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder wordt ter zitting verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] korter te verlengen dan is verzocht en het overig verzochte aan te houden, zodat tussentijds een toetsmoment plaatsvindt. Mr. S. Pershad heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen. De moeder heeft nog steeds het liefst dat [voornaam minderjarige] bij haar wordt teruggeplaatst. Zij heeft het NIKA-traject bijna afgerond, heeft persoonlijke hulpverlening en krijgt wekelijks ondersteuning. De moeder doet alles wat in haar macht ligt om positieve stappen te zetten. Zij heeft geprobeerd om urinecontroles te laten afnemen, maar dit is tot op heden niet gelukt. De ouders hebben geen relatie meer met elkaar en zijn alleen nog met elkaar verbonden in het kader van de verzorging en de opvoeding van [voornaam minderjarige] .
4.2.
Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI, mits er binnen korte tijd een duidelijk plan ligt voor de terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader en de rol van de moeder. Mr. R.H.P. Feiner heeft vorige week een bericht van de Officier van Justitie ontvangen, waarin staat dat de vader hoogstwaarschijnlijk niet strafrechtelijk wordt vervolgd en de moeder wel. Het definitieve besluit is nog niet genomen, maar hierop moeten wel stappen worden ondernomen. [voornaam minderjarige] woont al meer dan een jaar bij de grootouders (vz), terwijl er geen verdere zorgen bestaan om de thuissituatie en de opvoedvaardigheden van de vader. De vader heeft een behandeling afgerond voor zijn wietgebruik en alle urinecontroles waren vorig jaar negatief. Ook heeft de vader een stabiel inkomen, een koopwoning en ouders die ter ondersteuning altijd beschikbaar blijven. De vader staat open voor alle vormen van hulpverlening en begeleiding en hoopt dat het traject in het belang van [voornaam minderjarige] niet tot na de zomervakantie voortduurt.
4.3.
De grootouders (vz) brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [voornaam minderjarige] is altijd welkom bij de grootouders (vz), maar er kan wel worden gewerkt aan een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader. De grootouders (vz) zullen altijd betrokken blijven in het leven van [voornaam minderjarige] en zullen de vader ook altijd blijven ondersteunen, maar zij zouden in hun opvoedende rol liever, in het belang van [voornaam minderjarige] , een stapje terug doen. [voornaam minderjarige] mist haar ouders. Hoe langer de situatie voortduurt, hoe meer last zij hiervan ervaart.

5.De beoordeling

5.1.
De aanleiding voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] was het overlijden van haar broertje in samenhang met de ouders die als verdachten zijn aangemerkt in het daaropvolgende strafrechtelijke onderzoek. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de Officier van Justitie voornemens is om de vader niet strafrechtelijk te vervolgen, maar de moeder wel. Er is nog geen definitieve beslissing genomen, maar voor het geval dat de vader inderdaad niet strafrechtelijk wordt gevolgd is van belang dat zo snel mogelijk duidelijk is of en onder welke voorwaarden een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader kan plaatsvinden. De GI heeft aangegeven dat hiertoe volgende week een plan zal worden opgesteld, waarbij de ouders en hun advocaten, alsook de thuissituatie van de vader, worden meegenomen. Het is van belang dat er een plan komt waarin de GI vanuit zijn verantwoordelijkheid in het kader van de ondertoezichtstelling kan instemmen met een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] is nog nodig, om de GI voldoende de tijd te geven een dergelijk plan op te stellen en te werken aan de hierin gestelde voorwaarden.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van [voornaam minderjarige] . [1] De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz) daarom verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 2 juli 2026.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders (vz), tot 2 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder en E.G.H. Kerr als griffiers, en op schrift gesteld op 24 maart 2024.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.