De Provincie Zuid-Holland vordert in kort geding de ontruiming van een perceel met opstallen dat zij in gebruik had gegeven aan een aannemer voor bouwactiviteiten aan de N209. Gedaagden hadden het slot van het toegangshek vervangen, waardoor de aannemer het terrein niet kon gebruiken, wat vertraging en financiële schade veroorzaakte.
De voorzieningenrechter acht de ontruiming noodzakelijk en wijst de vordering toe, met een wettelijke minimale termijn van drie dagen voor ontruiming. De vordering tot een dwangsom en machtiging voor inzet van de sterke arm worden afgewezen, omdat de deurwaarder wettelijk bevoegd is om de ontruiming af te dwingen en de kosten daarvan voor rekening van gedaagden komen.
Gedaagden verschenen niet en worden hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten van €1.835,94, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen een jaar ook tegen anderen die zich op het perceel bevinden worden uitgevoerd.