Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4002

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
83-372652-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opslag van grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in woonwijk

De rechtbank Rotterdam heeft op 19 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opslaan en voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in een pand in een woonwijk te ’s-Gravenhage. Het vuurwerk, ruim 9.300 kilogram, bestond uit diverse soorten knalvuurwerk en knalstrengen die niet voor particulier gebruik zijn toegestaan.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte het vuurwerk op 21 november 2024 in het pand heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad, maar niet dat hij het vuurwerk daadwerkelijk naar Nederland heeft gebracht. Verdachte heeft het feit bekend. De rechtbank kwalificeerde het handelen als een overtreding van een voorschrift krachtens de Wet Milieubeheer.

Gezien de ernst van het feit, de grote hoeveelheid en de gevaarlijke opslag in een woonwijk, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om een taakstraf op te leggen. De vordering tot kostenverhaal van bijna € 293.500,- werd afgewezen omdat het Openbaar Ministerie onvoldoende inzicht gaf in de daadwerkelijk gemaakte vernietigingskosten.

Het in beslag genomen vuurwerk werd onttrokken aan het verkeer. Verdachte heeft spijt betuigd en heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De straf houdt rekening met persoonlijke omstandigheden en het belang van speciale en generale preventie.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor het opslaan van ruim 9.300 kilogram professioneel vuurwerk.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige economische kamer strafzaken
Parketnummer: 83-372652-24
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Datum zitting: 5 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.A.L.F. Frijns
Officier van justitie: mr. A.A. de Groot

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - professioneel vuurwerk naar Nederland heeft gebracht, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat
hij, op of omstreeks 21 november 2024, te 's-Gravenhage, gemeente 's-Gravenhage, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten onder meer
- één of meer stuks batterij(en) enkelschotsbui(s)(zen) en/of,
- één of meer stuks knalvuurwerk (FP3 Jorge en/of PP3 Demon en/of DumBum
en/of TXP340 Bad Bulldog en/of P1217 Helium en/of P1231 Carbon en/of Viper 1
en/of TXP 859 en/of Screaming Demon en/of Cobra 8 en/of Super Cobra 6) en/of,
- één of meer stuks knalstreng(en) (Celebration Cracker 50000) en/of,
- één of meer stuks Romeinse kaars(en),
in elk geval één of meer stuks professioneel vuurwerk, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of in een pand gelegen aan de [straatnaam] 25 te ’s-Gravenhage heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 21 november 2024, te 's-Gravenhage, opzettelijk professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten
- batterijen enkelschotsbuizen,
- knalvuurwerk (FP3 Jorge, PP3 Demon, DumBum, TXP340 Bad Bulldog, P1217 Helium, P1231 Carbon, Viper 1, TXP 859, Screaming Demon, Cobra 8 en Super Cobra 6),
- knalstrengen (Celebration Cracker 50000),
- Romeinse kaarsen,
in een pand gelegen aan de [straatnaam]
29te ’s-Gravenhage heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
De rechtbank gaat ervan uit dat het in de beschuldiging opgenomen huisnummer (25) een kennelijke verschrijving is en leest dit als 29, zoals hiervoor in cursief is verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
De rechtbank heeft het binnen het grondgebied van Nederland brengen van het vuurwerk niet bewezen verklaard, nu niet bewezen is dat de verdachte dit op 21 november 2024 heeft gedaan zoals ten laste is gelegd.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. [1]
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
4.
Schriftelijk stuk [5]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet
Milieubeheer, opzettelijk en meermalen begaan.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast dient de maatregel van kostenverhaal op grond van artikel 8 onder Pro d van de Wet op de economische delicten (hierna: WED) te worden opgelegd voor een bedrag van € 293.500,- en dient daarbij de duur van de gijzeling te worden bepaald op 365 dagen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een taakstraf voor de maximale duur op te leggen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Tevens is verzocht om de vordering tot de maatregel van kostenverhaal af te wijzen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opslaan en het voorhanden hebben van een enorme hoeveelheid professioneel vuurwerk, ruim 9.300 kilogram De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij dit vuurwerk (in de jaren daarvoor) heeft gekocht in het buitenland.
Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren voor de gezondheid en veiligheid. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland verkocht mag worden aan particulieren. Het afsteken van professioneel vuurwerk door particulieren brengt grote risico’s mee; niet alleen voor degene die het afsteekt, maar ook voor de omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of zelfs overlijden kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan professioneel vuurwerk massaexplosief reageren. De verdachte heeft dit zware vuurwerk in grote hoeveelheden opgeslagen in zijn bedrijfspand in een woonwijk, direct naast woningen, zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. Hiermee heeft de verdachte een onaanvaardbaar risico genomen; indien het vuurwerk tot ontbranding was gekomen, zouden de gevolgen voor omwonenden, omstanders en woningen in de buurt desastreus kunnen zijn geweest.
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij, terwijl hij wist dat dit vuurwerk illegaal was, toch tot de aankoop en opslag daarvan is overgegaan en dat hij daarbij geen rekening heeft gehouden met de hiervoor genoemde grote gevaren.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
- Strafblad
Uit het strafblad van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
- Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. Vuurwerk is inmiddels geen hobby meer van hem. De verdachte heeft een eigen dakdekkersbedrijf. Door deze strafzaak, en dan met name de tijd dat hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten en de media-aandacht die er voor de zaak is geweest, heeft zijn onderneming een lastige periode achter de rug. Inmiddels gaat weer de goede kant op. De verdachte heeft geen schulden.
Oplegging straf
Gelet op de zware aard en de grote hoeveelheid van het vuurwerk en de volstrekt onverantwoorde wijze van opslag van het vuurwerk met alle daaraan verbonden risico’s kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Dan gaat het vaak om forse gevangenisstraffen. Rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank echter aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Alles afwegend, vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Van deze gevangenisstraf worden zes maanden voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, de straf beperken tot een taakstraf voor de maximale duur en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Dat zou zich niet verhouden tot de hiervoor genoemde ernst van het feit, met name bezien vanuit het oogpunt van speciale en generale preventie.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
Maatregel kostenverhaal
De maatregel kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 8 onder Pro d van de WED, maakt het mogelijk om de kosten die de staat moet maken voor de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving en/of de volksgezondheid, te verhalen op degene die wordt veroordeeld voor een strafbaar feit dat in verband staat met die voorwerpen.
Het dossier bevat een rapport betreffende de kostenmaatregel vuurwerk. In dit rapport is beschreven dat er 9.374 kilogram vuurwerk in beslag is genomen. Het inbeslaggenomen vuurwerk moest worden vernietigd, omdat het ernstig gevaar opleverde voor de leefomgeving en de volksgezondheid. Voor de bepaling van de gemaakte kosten is gebruik gemaakt van de gemiddelde kosten per vernietigde kilo inbeslaggenomen vuurwerk, te weten € 31,31 inclusief omzetbelasting. Het grootste deel daarvan, € 28,64, bestaat uit de gemiddelde kosten (per kilo) van het verzamelen en vervoeren van het inbeslaggenomen vuurwerk naar de tijdelijke opslaglocatie in Nederland. Het resterende deel, € 2,67 per kilo, bestaat uit de gemiddelde kosten van het transport naar de vernietigingslocatie en de vernietiging van het inbeslaggenomen vuurwerk in Duitsland. Het totaal van de gevorderde vernietigingskosten bedraagt in dit geval (€ 31,31 x 9.374 kilo = ) € 293.500,-. Tijdens de zitting heeft de officier van justitie meegedeeld dat er geen facturen aanwezig zijn waaruit blijkt wat in dit geval de daadwerkelijk gemaakte transport- en vernietigingskosten zijn geweest. Zij heeft, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis van de maatregel als bedoeld in artikel 8 onder Pro d WED, aangevoerd dat kan worden volstaan met een berekening van de gemiddelde kostprijs hiervan per kilo.
De rechtbank overweegt dat de maatregel kostenverhaal een reparatoir karakter heeft. [6] Dat betekent dat bij het verhaal van deze kosten moet worden uitgegaan van de kosten die in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk zijn gemaakt. Wanneer de vernietiging van meerdere partijen inbeslaggenomen voorwerpen gelijktijdig plaatsvindt, kunnen de kosten inzichtelijk worden gemaakt met een berekening van de gemiddelde kostprijs van de vernietiging per kilo, zoals ook door de officier van justitie is aangevoerd. Dat neemt echter niet weg dat ook in een dergelijk geval de kosten zo specifiek mogelijk moeten worden verantwoord. [7] De rechtbank vindt dat dat in dit geval onvoldoende is gebeurd. Dat had wel op de weg van de officier van justitie gelegen, nu de gemiddelde kostprijs per kilo in dit geval leidt tot een zeer hoog totaalbedrag. Dat vereist een precieze(re) onderbouwing, waaruit blijkt dat met deze hoeveelheid vuurwerk daadwerkelijk zulke hoge transport- en vernietigingskosten gemoeid zijn. Denkbaar is, zoals onder meer ook door de verdediging is betoogd, dat juist door de grote hoeveelheid opgeslagen vuurwerk op één locatie de prijs van transport en vernietiging per kilo vuurwerk lager wordt. Nu die onderbouwing ontbreekt, en ook niet valt in te zien dat het niet mogelijk was om een concretere onderbouwing te verstrekken, heeft de officier van justitie onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat in dit geval de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn geweest. De rechtbank zal de vordering daarom afwijzen.

5.In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie
Het in beslag genomen vuurwerk dient te worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Het in beslag genomen vuurwerk wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het strafbare feit is met betrekking tot dit voorwerp gepleegd.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht,
- la, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en
- 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 (zes) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart onttrokken aan het verkeer: het in beslag genomen vuurwerk.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en I. Tillema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 maart 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 5 maart 2026.
3.Pagina 1 e.v. van het proces-verbaal, met nummer [nummer proces-verbaal] (p. 27 e.v. van het voorgeleidingsdossier [dossiernaam] ).
4.Pagina 1 e.v. van het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, met registratienummer [registratienummer 1] (p. 5 e.v. van het einddossier [dossiernaam] ).
5.Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 november 2024, met registratienummer [registratienummer 2] , (losbladig).
6.Zie