Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4008

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
FT RK 25/2225
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.Y. Hu
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 FwArt. 349a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling zonder eerdere ingangsdatum

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 12 februari 2026, waarbij ook de beschermingsbewindvoerder aanwezig was.

De rechtbank oordeelt dat de heer verzoeker niet eerst een poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling hoefde te doen, omdat het niet mogelijk was om tot een dergelijke regeling te komen. Dit blijkt uit het feit dat schuldeisers in een eerder traject in 2023 niet wilden meewerken en de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kon worden gebracht.

De heer verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich in een problematische schuldensituatie bevinden en te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank stelt de duur van de regeling vast op 18 maanden, ingaand op 26 februari 2026, zonder een eerdere ingangsdatum toe te kennen.

Tijdens de Wsnp moet de heer verzoeker aan diverse verplichtingen voldoen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsverplichting en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag. Een bewindvoerder en rechter-commissaris worden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren. Bij volledige naleving eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

De rechtbank benoemt mr. M.C. Franken tot rechter-commissaris en draagt de bewindvoerder op de post van de heer verzoeker in te zien. Tevens mag de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding nemen, mits de boedel toereikend is. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de Wsnp toe zonder een eerdere ingangsdatum en stelt de duur van de regeling op 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
26 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode 1] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw A. van der Waal, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet de heer [verzoeker] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens de heer [verzoeker] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat gedurende een eerder minnelijk traject in 2023 het gros van de schuldeisers van de heer [verzoeker] niet wilde meewerken en omdat nu de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kan worden gebracht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. De heer [verzoeker] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
De toelating
2.4.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
3.6.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] [postcode 1] [woonplaats] ;
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd te [vestigingsadres] [postcode 2] [vestigingsplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder E.A. de Snoo,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 26 februari 2026 en de duur op 18 maanden en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
26 augustus 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. W.Y. Hu, rechter, in samenwerking met
mr. S. Verberne-van Ree, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op
26 februari 2026. [1]
De griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen.