Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1],2. [gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, met eis in reconventie, met producties 1 t/m 4,
- de brief namens de gemeente met productie 5,
3.Waar gaat de zaak over?
4.De vordering
5.De beoordeling
bloot kan staan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan die partij heeft verloren door de werking van art. 3:105 BW Pro”. Dat oordeel is erop gebaseerd dat een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, tegenover die eigenaar onrechtmatig handelt. Indien de voormalig eigenaar dat vordert en degene die de zaak in bezit heeft genomen nog steeds eigenaar is, kan de bezitter worden veroordeeld om bij wijze van schadevergoeding de wederrechtelijk in bezit genomen zaak aan de benadeelde in eigendom over te dragen. Daar is in deze zaak echter geen sprake van, omdat de gemeente haar eigendomsrecht op de strook al heeft verloren aan de rechtsvoorgangers van [gedaagden] hebben dus niet onrechtmatig gehandeld jegens de gemeente.
De vordering wordt daarom afgewezen.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beschikking)
6.De beslissing
[perceel 2] op naam van [gedaagden] te laten stellen,