In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 6 januari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter heeft de zaak behandeld in het kader van de jeugdbescherming, waarbij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond als verzoeker optrad. De ouders van de minderjarigen, de vader en de moeder, zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de kinderen verblijven momenteel bij de vader. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de thuissituatie bij de vader voldoende is, maar dat er gewerkt moet worden aan contactherstel tussen de kinderen en de moeder. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 8 juli 2026, met de beslissing dat deze uitvoerbaar bij voorraad is. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft benadrukt dat de inzet van beide ouders noodzakelijk is voor een succesvol contactherstel en dat er aandacht moet zijn voor de emotionele ondersteuning van de kinderen.