ECLI:NL:RBROT:2026:4010
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid verdachte bij belastingfraude
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 maart 2026 een zaak waarin verdachte werd verdacht van het medeplegen van belastingfraude door het niet bewaren en vervalsen van administratie van een rechtspersoon in de periode van augustus 2016 tot juni 2019.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk niet bewaren van boeken en bescheiden en het ter beschikking stellen van valse en vervalste digitale kassabestanden, waardoor te weinig belasting werd geheven. Verdachte zou hierbij opdracht hebben gegeven of feitelijke leiding hebben gehad over deze gedragingen.
Zowel de officier van justitie als de verdediging pleitten voor vrijspraak, omdat de exacte betrokkenheid van verdachte niet kon worden vastgesteld. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij drie rechters het vonnis ondertekenden. De oudste rechter was verhinderd om mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij belastingfraude.