ECLI:NL:RBROT:2026:4011
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij belastingfraude
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 maart 2026 een zaak waarin verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij het opzettelijk verstrekken van valse en vervalste gegevens aan de Belastingdienst en het niet bewaren van administratie, wat zou hebben geleid tot het onjuist heffen van belasting.
De tenlastelegging betrof twee perioden: van 27 november 2018 tot en met 11 juni 2019 en van 6 augustus 2016 tot en met 31 december 2018, waarin verdachte samen met een medeverdachte rechtspersoon opdracht zou hebben gegeven of feitelijke leiding zou hebben gehad bij het vervalsen en verwijderen van kassabestanden en andere administratieve gegevens.
Zowel de officier van justitie als de verdediging pleitten voor vrijspraak, omdat de exacte betrokkenheid van verdachte niet kon worden vastgesteld. De rechtbank volgde dit oordeel en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer strafzaken van de rechtbank Rotterdam, waarbij drie rechters het vonnis hebben gewezen. De verdachte werd zonder verdere motivering vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij belastingfraude.