In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 6 januari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna de GI, verzocht om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen voor de duur van zes maanden. De ouders van de minderjarige, de moeder en de vader, zijn belast met het ouderlijk gezag en hebben beiden hun instemming gegeven met het verzoek van de GI. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de ouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren. Tijdens de zitting is het schoolverzuim van de minderjarige besproken, evenals haar mobiliteitsproblemen en de noodzaak van intensievere begeleiding. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en dat de inzet van de GI noodzakelijk blijft om de ouders te ondersteunen in de opvoeding en om de minderjarige te stimuleren om naar school te gaan. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd tot 10 juli 2026 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.