De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleegzorgvoorziening. De minderjarige verblijft momenteel bij de oma en de ondertoezichtstelling is reeds verlengd tot 6 september 2026.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de resterende zeven maanden van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter houdt rekening met het feit dat diverse onderzoeken en interventies, zoals perspectiefonderzoeken bij beide ouders, videointeractiebegeleiding en de interventie NIKA, nog niet zijn afgerond of moeten starten. De moeder voert verweer tegen de volledige verlenging en pleit voor een kortere termijn vanwege onduidelijkheid over de voortgang van hulpverlening en haalbaarheid van de omgangsregeling.
De vader en de oma ondersteunen de verlenging vanwege het belang van continuïteit en stabiliteit voor de minderjarige, die zich goed ontwikkelt bij de oma. De kinderrechter oordeelt dat terugplaatsing bij de ouders momenteel niet mogelijk is en dat de verlenging noodzakelijk is om rust en duidelijkheid te waarborgen. De machtiging wordt daarom verlengd tot 6 september 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.