Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 23 mei 2025;
- het bericht met bijlage van de vrouw van 16 juli 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 30 oktober 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 2] ;
- de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de GI), als informant, vertegenwoordigd door [naam 1] .
2.De vaststaande feiten
- de minderjarigen aan de vrouw zijn toevertrouwd, met bevel tot afgifte van de minderjarigen aan de vrouw, als deze niet al in de macht van de vrouw mochten zijn, maar met dien verstande dat in verband met de vrijwillige uithuisplaatsing de daadwerkelijke terugkeer van de minderjarigen naar de vrouw onder regie van het sociaal team zal plaatsvinden;
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning is toegekend aan de vrouw.
3.De beoordeling
Daaraan voegt de rechtbank nog het volgende toe. Een belanghebbende heeft recht op alle processtukken. Uit het procesreglement echtscheiding volgt dat aan de echtgenoot het verzoek tot echtscheiding moet worden betekend en dat een extra exemplaar van het verzoekschrift moet worden ingediend ten behoeve van de raad. In het procesreglement staat enkel dat verzoeker moet vermelden wie de GI is, er staat niet dat een extra exemplaar ingediend dient te worden ten behoeve van de GI in verband met de nevenvoorzieningen die op de minderjarigen betrekking hebben. Ook daaruit leidt de rechtbank voor deze zaak af dat de GI geen belanghebbende is.