Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4062

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 6.1.2, tweede lid JwArtikel 1:260 BWArtikel 1:265c, tweede lid, BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige met afwijzing gesloten jeugdhulp

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank Rotterdam om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot haar meerderjarigheid, alsmede om een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor drie maanden. De minderjarige verblijft momenteel bij De Fjord en heeft zich herhaaldelijk aan begeleiding onttrokken, wat leidde tot onveilige situaties. De instelling wilde met gesloten jeugdhulp stabilisatie en motivatie voor behandeling bereiken.

De minderjarige en haar bijzondere curator voerden verweer tegen de gesloten plaatsing, verwijzend naar een negatieve ervaring met een eerdere gesloten plaatsing en benadrukten haar motivatie voor een ambulant behandeltraject bij Embrace the Future. De kinderrechter nam dit mee in de beoordeling en concludeerde dat een gesloten plaatsing op dit moment niet passend is, omdat de minderjarige een kans moet krijgen om het ambulante traject te volgen.

De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wel noodzakelijk blijven vanwege de risico's en veiligheid, en verlengde deze tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen, ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot meerderjarigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/714174 / JE RK 26-190 en C/10/715285 JE RK 26-347
Datum uitspraak: 11 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
bijgestaan door mr. M. Nentjes, waarnemend voor kantoorgenoot mr. J.A. Smits, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,
mr. L.A. Middelkoop,
hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • twee verzoekschriften met bijlagen van de GI, ontvangen op 30 januari 2026 en 20 februari 2026;
  • de e-mail van de bijzondere curator van 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [voornaam minderjarige] met haar advocaat;
  • de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft, met bijstand van de bijzondere curator, hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de Fjord.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 8 april 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 april 2026.
2.5.
Op 30 april 2025 is benoemd tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te
vertegenwoordigen: mr. LA. Middelkoop. kantoorhoudende aan de Westersingel 92, 3015 LC Rotterdam. Daarnaast is bepaald dat de benoeming tot bijzondere curator geldt voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 8 april 2026.

3.De verzoeken van de GI

Het verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190
3.1.
De GI heeft primair verzocht een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden.
Het verzoek met zaaknummer C/10/715285 JE RK 26-347
3.2.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen tot aan meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027. Ook heeft de GI, indien verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190 wordt afgewezen, subsidiair verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan meerderjarigheid.
3.3.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.4.
De GI licht de verzoeken ter zitting als volgt toe. Het lukt [voornaam minderjarige] bij De Fjord onvoldoende om aan behandeling toe te komen. Zij heeft zich daar inmiddels meer dan elf keer aan de begeleiding onttrokken. Wanneer [voornaam minderjarige] wegloopt, begeeft zij zich in een zeer onveilige situatie. Daarbij is sprake van contact met volwassen mannen en van situaties waarin [voornaam minderjarige] wordt gedwongen tot seksuele handelingen. Met een gesloten plaatsing wil de GI [voornaam minderjarige] stabiliseren en motiveren om behandeling aan te gaan. Tegelijkertijd is een tweede spoor ingezet. [voornaam minderjarige] zal binnenkort starten met een ambulant behandeltraject bij Embrace the Future in Alkmaar. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven hiervoor gemotiveerd te zijn. De GI verzoekt daarom het verzoek tot een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken aan te houden. Deze periode is nodig om te bezien hoe [voornaam minderjarige] bij Embrace the Future landt en of het weglopen en het risicogedrag afnemen, zodat een passende behandelsetting kan worden gecreëerd. Daarbij is met [voornaam minderjarige] besproken dat deelname aan het traject bij Embrace the Future ook inhoudt dat zij daadwerkelijk aan behandeling deelneemt.

4.Het standpunt van [voornaam minderjarige]

4.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd ten aanzien van de gesloten plaatsing en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. Een eerdere gesloten plaatsing bij Schakenbosch heeft een zeer negatieve ervaring opgeleverd en zij vreest dat een dergelijke plaatsing haar opnieuw zal ontregelen. In het verleden is het niet altijd gelukt om behandelingen vol te houden, onder meer door behandel- en faalangst. [voornaam minderjarige] kiest nu echter bewust voor het traject bij Embrace the Future en is gemotiveerd om het traject te laten slagen. Zij wil verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen ontwikkeling en niet volledig worden losgelaten, maar wel de kans krijgen om zonder de dreiging van een gesloten plaatsing aan haar behandeling te werken.

5.Het advies van de bijzondere curator

5.1.
De bijzondere curator heeft ter zitting als volgt geadviseerd. [voornaam minderjarige] wil graag de kans krijgen om het traject bij Embrace the Future te volgen. [voornaam minderjarige] heeft in het verleden een negatieve ervaring gehad met een gesloten plaatsing bij Schakenbosch. Die plaatsing heeft haar destijds niet geholpen en heeft juist veel spanning bij haar veroorzaakt. Uit onderzoek bij het Erasmus MC is bovendien naar voren gekomen dat het gedrag van [voornaam minderjarige] in belangrijke mate voortkomt uit trauma. Daarbij speelt een sterk gevoel van verlies van zeggenschap een rol. Voor een succesvolle behandeling is het daarom belangrijk dat [voornaam minderjarige] zoveel mogelijk autonomie ervaart en zelf gemotiveerd kan werken aan haar herstel. De bijzondere curator acht het daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij niet gesloten wordt geplaatst of dat haar een gesloten machtiging boven het hoofd hangt, maar dat zij een echte kans krijgt om het behandeltraject bij Embrace the Future te volgen. Daarbij wordt erkend dat niet kan worden gegarandeerd dat het traject volledig zal slagen, maar dat [voornaam minderjarige] heeft laten zien zich hiervoor te willen inzetten.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter moet eerst beoordelen of een machtiging tot gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Een dergelijke maatregel kan alleen worden verleend wanneer sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en wanneer opname en verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde hulp onttrekt. [1]
6.2.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen bestaan over de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Zij heeft zich herhaaldelijk aan de hulpverlening onttrokken en kwam daarbij terecht in zeer onveilige situaties. Deze zorgen maken dat de kinderrechter begrijpt dat de GI een machtiging gesloten jeugdhulp heeft verzocht. Tegelijkertijd staat voor de kinderrechter voorop dat [voornaam minderjarige] al een lange hulpverleningsgeschiedenis heeft en dat eerdere gesloten plaatsingen haar niet hebben geholpen. [voornaam minderjarige] heeft ter zitting duidelijk gemaakt dat zij een zeer negatieve ervaring heeft gehad met haar eerdere verblijf bij Schakenbosch in de vorm van een psychose. De kinderrechter weegt dit zwaar mee. Daarnaast is ter zitting gebleken dat inmiddels een alternatief traject beschikbaar is bij Embrace the Future in Alkmaar, waar [voornaam minderjarige] een ambulant traumabehandeltraject kan volgen. [voornaam minderjarige] heeft overtuigend aangegeven dat zij deze kans wil benutten en dat zij gemotiveerd is om aan haar behandeling te werken. Ook de bijzondere curator heeft benadrukt dat het voor [voornaam minderjarige] belangrijk is dat zij vanuit eigen motivatie aan haar herstel kan werken.
6.3.
De kinderrechter vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] , ondanks de zorgen die er zijn, de kans krijgt om te laten zien dat zij het nu anders kan doen. De kinderrechter wil haar daarom het vertrouwen geven om dit traject aan te gaan. Gelet hierop acht de kinderrechter een gesloten plaatsing op dit moment niet passend. Ook het aanhouden van het verzoek acht de kinderrechter niet in het belang van [voornaam minderjarige] . Het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp zal daarom worden afgewezen.
6.4.
Dit betekent echter niet dat de zorgen over [voornaam minderjarige] zijn weggenomen. Gezien haar voorgeschiedenis en de risico’s die zich hebben voorgedaan wanneer zij zich aan hulpverlening onttrekt, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI betrokken blijft. De betrokkenheid van de GI blijft nodig om toezicht te houden op haar veiligheid en op het verloop van het behandeltraject. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing. [2]
6.5.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot aan de meerderjarigheid van [voornaam minderjarige] .
6.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/714174 JE RK 26-190
7.1.
wijst het verzoek af;
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/715285 JE RK 26-347
7.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot aan meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027;
7.3.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan meerderjarigheid;
7.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 19 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid Jw.
2.Artikel 1:260 BW Pro en artikel 1:265c, tweede lid, BW.