ECLI:NL:RBROT:2026:4070
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vergunning voor terrasvlonder op parkeerplaatsen in woonstraat
De zaak betreft een besluit van de burgemeester van Rotterdam om een vergunning te verlenen aan een horeca-inrichting voor het plaatsen en gebruiken van een terrasvlonder op drie parkeerplaatsen in de straat van eiseres. Eiseres, woonachtig in dezelfde straat, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het zou leiden tot parkeerdruk, verkeersveiligheidsproblemen en aantasting van het woon- en leefklimaat.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 behandeld en de vergunninghouder als belanghebbende aangemerkt, die niet heeft gereageerd. De burgemeester heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd met een gewijzigde motivering, waarin werd toegelicht dat de terrasvlonder slechts een klein deel van de parkeerplaatsen inneemt en geen onevenredige aantasting veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat de parkeerdruk niet als afzonderlijk criterium geldt in het huidige horecabeleid en dat de burgemeester voldoende heeft toegelicht dat de parkeerdruk en verkeersveiligheid niet wezenlijk worden beïnvloed door de vergunning. Ook is onvoldoende onderbouwd dat het woon- en leefklimaat wordt aangetast of dat het beperkte gebruik van de terrasvlonder tot verloedering leidt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de buurtbewoonster wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening blijft in stand.