Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De kern van het geschil
2.De procedure
3.De feiten
spilldoor de Oostzee.
- € 32.506,26, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 32.431,63 vanaf 15 december 2023; en
- € 3.781,73 aan proceskosten.
NO WAY”.
spillin 2021.
4.Het geschil
- primair, dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Martens doordat haar schip is gereinigd terwijl de kosten daarvoor nooit aan Martens zijn vergoed;
- subsidiair, dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar handelt doordat zij zich verschuilt achter verschillende groepsvennoten; en
- meer subsidiair, dat [gedaagde] moet nakomen, omdat [naam 1] op 16 april 2025 namens [gedaagde] heeft toegezegd de facturen voor de in 2021 en 2024 verrichtte werkzaamheden te betalen.
5.De beoordeling
namens [gedaagde]heeft toegezegd de factuur voor de in 2021 verrichte werkzaamheden te zullen betalen. Martens heeft aangeboden hier bewijs voor te leveren. De rechtbank zal Martens daartoe in de gelegenheid stellen.
Werkzaamheden 2021: geen sprake van onrechtmatig handelen”.Ook wanneer de gevorderde nakoming op een later moment (wel) voor toewijzing vatbaar blijkt, verandert dit niet. De stelling van Martens is namelijk alleen dat is toegezegd dat de factuur zou worden betaald. De voornoemde proceskosten vallen daar niet onder. Dit deel van vordering I van Martens ligt daarom voor afwijzing gereed.
all the residue” van de overige tanks opgeslagen had moeten worden.
6.De beslissing
3718/2459