De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, die bij zijn moeder woont. De zitting vond plaats op 17 februari 2026 met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De minderjarige maakte geen gebruik van het kindgesprek vanwege zijn eerste werkdag.
De GI lichtte toe dat de minderjarige niet meer gemotiveerd is voor een geplande plaatsing en dat er zorgen zijn over zijn betrokkenheid bij politieonderzoeken en een negatief Halt-advies. De situatie is wel iets verbeterd door een bijbaan en ambulante begeleiding, maar spanningen thuis blijven bestaan. De moeder erkent de noodzaak van hulpverlening vanwege het zelfbepalend gedrag van de minderjarige en de onverwerkte rouw.
De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door spanningen en onvoldoende opvoedcapaciteit van de moeder. Eerdere plannen voor plaatsing in Marokko zijn gestrand. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 3 maart 2027 en de beschikking is direct uitvoerbaar. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.