De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, woonachtig bij zijn moeder. De kinderrechter heeft op 17 februari 2026 een zitting gehouden met gesloten deuren, waarbij de Raad, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Dordrecht, de ouders en de minderjarige (via e-mail) aanwezig waren.
De feiten tonen aan dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door onder meer getuige zijn geweest van huiselijk geweld, een moeizame communicatie tussen gescheiden ouders en nare ervaringen op school. De minderjarige gaat al ruim tweeënhalf jaar niet naar school en ervaart veel angst. De vrijwillige hulpverlening via Sterk Papendrecht verloopt onvoldoende, waardoor de Raad en de gecertificeerde instelling een ondertoezichtstelling noodzakelijk achten.
De ouders erkennen de problematiek en wensen passende hulpverlening voor hun kind. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en stelt de minderjarige voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.
Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening of kennisname. De beslissing is op 17 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en op 25 februari 2026 schriftelijk vastgelegd.