Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4096

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/714614 / JE RK 26-260
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens complexe echtscheidingsproblematiek en loyaliteitsconflict

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2017. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er is sprake van een langdurige en complexe echtscheidingsproblematiek waarbij de omgang tussen de minderjarige en zijn vader sinds mei 2025 is gestagneerd. De moeder woont met de minderjarige en diens stiefvader, terwijl de vader elders woont.

De GI benadrukt de noodzaak van verlenging om contactherstel tussen vader en kind te bevorderen, mede vanwege loyaliteitsproblematiek en mogelijke ouderverstoting. De moeder erkent de noodzaak van verlenging maar pleit voor een kortere termijn, verwijzend naar een aanstaande familiezaak. De vader stemt in met verlenging en benadrukt het belang van de ondertoezichtstelling om contact met zijn kind te behouden.

De kinderrechter constateert dat de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige voortduurt en dat de ouders niet in staat zijn constructief samen te werken. De familiezaak van 16 april 2026 wordt als relevant beschouwd, waardoor de verlenging wordt beperkt tot vier maanden. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de GI wordt verzocht een rapportage te overleggen voorafgaand aan de volgende zitting.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 15 juli 2026 met aanhouding van het verdere verzoek tot 6 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714614 / JE RK 26-260
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M. Jonkman, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. A.J.C. van Bemmel, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026;
  • de stukken ingediend door de advocaat van de vader op 5 maart 2026;
  • de stukken ingediend door de advocaat van de moeder op 6 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat (via een telefoonverbinding)
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [voornaam minderjarige] heeft van deze mogelijk gebruik gemaakt en een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 15 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. Er is al geruime tijd sprake van complexe echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. De oudste twee kinderen van de ouders hebben al jaren geen contact met de vader. [voornaam minderjarige] heeft, na een traject bij het omgangshuis en het geven van een schriftelijke aanwijzing aan de moeder, ongeveer vier jaar een vaste omgangsregeling met de vader gehad. In mei 2025 heeft de moeder de omgang gestopt. De GI heeft vervolgens getracht de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader te herstarten, maar zonder succes. De GI heeft hiervoor een voorstel gedaan aan de moeder, maar zij is hier niet op ingegaan. De GI heeft daarom opnieuw een schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven. Het is zorgelijk dat [voornaam minderjarige] ondertussen al lange tijd geen omgang heeft gehad met zijn vader. Er is sprake van loyaliteitsproblematiek en mogelijk ook van ouderverstoting. De ouders spelen een grote rol in de huidige situatie. Het is belangrijk dat de moeder emotionele toestemming geeft aan [voornaam minderjarige] voor de omgang met de vader. Hier wil de GI hulpverlening voor inzetten. De GI is al lange tijd bezig met het aanvragen van ondersteuning van de Leliezorggroep voor beide ouders. Dit verloopt moeizaam doordat de moeder in [woonplaats 1] woont en de vader in [woonplaats 2] . Op dit moment wacht de GI op een reactie vanuit het CJG of zij iets kunnen betekenen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om te proberen toe te werken naar contactherstel. De huidige situatie heeft effect op [voornaam minderjarige] zijn identiteitsontwikkeling.
4.2.
Namens en door de moeder wordt ter zitting kenbaar gemaakt dat het duidelijk is dat er een verlenging van de ondertoezichtstelling moet komen, maar wel voor een kortere periode dan een jaar. Zo kan de familiezaak die op 16 april 2026 op zitting staat worden afgewacht. Het is duidelijk dat er iets is met [voornaam minderjarige] en dat er wat moet gebeuren. Het is te kort door de bocht om te stellen dat sprake is van een loyaliteitsconflict en dat de moeder slecht over de vader praat. In het verleden heeft de moeder er altijd voor gezorgd dat er omgang plaatsvond tussen [voornaam minderjarige] en de vader en heeft zij meegewerkt aan trajecten zoals Ouderschap Na Scheiding. De moeder wil al maanden dat er hulpverlening wordt ingezet en dat [voornaam minderjarige] wordt onderzocht. De GI wil de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader echter herstarten zonder dat er hulpverlening voor [voornaam minderjarige] is ingezet, wat niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. De moeder werkt overal aan mee. De zorgen over [voornaam minderjarige] worden daarnaast niet alleen geuit door de moeder, maar ook door de school van [voornaam minderjarige] en de betrokken hulpverlening. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] serieus wordt genomen en dat er goed naar hem wordt geluisterd.
4.3.
Namens en door de vader wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is de enige hoop voor de vader om [voornaam minderjarige] in zijn leven te houden. De vader moet zich al langere tijd verweren tegen allerlei onjuiste beschuldigingen en verwijten. De rechtbank heeft in oktober 2025 heel duidelijk gezegd dat er verandering moet komen in de opstelling van de moeder. De huidige situatie is ten nadele van het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] . De ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] is erin gelegen dat zijn vader buiten beeld raakt en er zelfs een anti-beeld van de vader ontstaat. Hier kan [voornaam minderjarige] de rest van zijn leven last van hebben. Gelet op de feiten, ziet de vader hulpverlening in een vrijwillig kader niet van de grond komen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] groeit op in de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader. Hier wonen ook de oudere broer en zus van [voornaam minderjarige] , en zijn halfbroertje en halfzusje. Tussen de ouders is al lange tijd sprake van complexe echtscheidingsproblematiek. De ouders zijn niet in staat om op constructieve wijze met elkaar te communiceren en samen te werken in het belang van de kinderen. De oudere broer en zus van [voornaam minderjarige] hebben al jaren geen contact meer met de vader. In 2020 is er na meerdere trajecten een omgangsregeling tussen de vader en [voornaam minderjarige] tot stand gekomen. Sinds mei 2025 is de omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige] echter weer gestagneerd en heeft [voornaam minderjarige] zijn vader niet meer gezien. De afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] veel weerstand richting de vader geuit en lijkt hij de vader af te wijzen. Partijen zijn het er niet over eens waar dit vandaan komt. De komende periode is het daarom belangrijk dat onder de regie van de vaste jeugdbeschermers wordt onderzocht wat er speelt bij [voornaam minderjarige] .
5.3.
Zoals schriftelijk en ter zitting door de advocaat van de moeder naar voren is gebracht, staat op 16 april 2026 de familiezaak op zitting bij de rechtbank Rotterdam. De kinderrechter is van oordeel dat de familiezaak nauw samenhangt met de ondertoezichtstelling. Gelet hierop ziet de kinderrechter reden om de uitkomst van de familiezaak af te wachten en een vinger aan de pols te houden ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] zal verlengen voor een kortere periode dan verzocht, te weten voor vier maanden. Het verzoek wordt voor het overige aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum. De GI wordt verzocht om uiterlijk één week voor de hierna te noemen zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de belanghebbenden en de advocaten) een rapportage over de stand van zaken en de verdere processuele wensen te doen komen.
5.4.
Ter zitting heeft de kinderrechter met partijen afgesproken dat [voornaam minderjarige] niet nogmaals zou worden opgeroepen voor een kindgesprek.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 15 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, mr. M. Jonkman, de vader en mr. A.J.C. van Bemmel op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam,
locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan
Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op
6 juli 2026 te 11:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.4.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.L. Pöll, kinderrechter;
6.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de moeder, mr. M. Jonkman, de vader en mr. A.J.C. van Bemmel;
verzoekt de GI om uiterlijk één week voor de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de belanghebbenden en de advocaten) een rapportage over de stand van zaken en de verdere processuele wensen te doen komen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.