Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4097

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/715296 / JE RK 26-349
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWWet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling door ouderlijke spanningen

De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht de kinderrechter om twee minderjarige kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. De zitting vond plaats op 9 maart 2026 met aanwezigheid van de ouders, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, en een beëdigde tolk.

De feiten tonen aan dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door langdurige spanningen en escalaties tussen de ouders, waaronder verbaal en fysiek geweld, ook in het bijzijn van de kinderen. Ondanks veiligheidsafspraken en hulpverlening in het vrijwillige kader, is er onvoldoende verbetering. De mentale gezondheid van de moeder baart zorgen.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en stelt de kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor een jaar. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

De ouders erkennen de noodzaak van hulpverlening, waarbij de moeder vooral ondersteuning nodig heeft voor haar mentale gezondheid. De ondertoezichtstelling moet de dynamiek in de thuissituatie verbeteren en voorkomen dat de kinderen schade ondervinden van de ouderlijke conflicten.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige kinderen onder toezicht wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door ouderlijke spanningen en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715296 / JE RK 26-349
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] (via een telefoonverbinding);
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [persoon B] .
1.3.
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtiging zijn, maar wel de Engels taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van G. Neng, tolk in de Engelse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] .
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 2] .
2.3.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun ouders.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. De ouders hebben dringend hulpverlening nodig. De afgelopen periode is er in het vrijwillige kader veel hulpverlening aangeboden aan de ouders, maar de zorgen overstijgen de mogelijkheden van het vrijwillige kader. Het is belangrijk dat de ouders ondersteuning krijgen in de opvoedsituatie. Daarnaast moeten de problemen tussen de ouders stoppen. De kinderen lijden hieronder en er moet worden voorkomen dat zij hier op latere leeftijd last van krijgen.
4.2.
De GI sluit zich ter zitting aan bij het verzoek van de Raad. Er zijn veel zorgen over het gezin. Het is nog steeds onduidelijk wat de ouders met hun relatie willen en de kinderen zitten hier tussenin. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om erop toe te zien dat de kinderen de zorg en aandacht krijgt die zij nodig hebben. De kinderen mogen geen last hebben van de ruzies tussen de ouders.
4.3.
De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij denkt dat een ondertoezichtstelling nodig is om structuur te creëren voor de kinderen en te voorkomen dat zij last hebben van de communicatie tussen de ouders. De dynamiek tussen de ouders is de afgelopen periode ingewikkeld. De moeder vindt het de taak van beide ouders om hieraan te werken.
4.4.
De vader maakt ter zitting kenbaar dat de moeder ondersteuning nodig heeft voor haar mentale gezondheid. In het vrijwillige kader ontvangt de moeder geen passende hulpverlening. Hopelijk lukt het via de ondertoezichtstelling wel om de juiste hulpverlening voor de moeder op te starten. Het wijkteam heeft gezegd dat eerst de moeder haar mentale gezondheid moet worden aangepakt, voordat de andere problemen aangepakt kunnen worden. De vader is van mening dat de kinderen geen gevaar lopen in de thuissituatie en gezond opgroeien. De focus van de ondertoezichtstelling moet liggen op de moeder. Als het goed gaat met de moeder, gaat het goed met het gezin.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij groeien op in een thuissituatie waar al langere tijd forse spanningen en escalaties zijn tussen de ouders, ook in het bijzijn van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Zij zijn meermaals getuigen geweest van zowel verbaal als fysiek geweld. In het vrijwillige kader zijn er veiligheidsafspraken met de ouders gemaakt, maar het lukt de ouders onvoldoende om zich hieraan te houden. Ook andere inspanningen vanuit het vrijwillige kader hebben tot op heden niet tot de benodigde verbetering geleid. De ouders blijven hangen in de onderlinge strijd en hebben tot op heden geen duidelijke beslissing genomen over het wel of niet voortzetten van hun relatie. Daarnaast zijn er zorgen over de mentale gezondheid van de moeder. De komende periode is het daarom van belang dat er een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt om de regie te voeren en de benodigde hulpverlening in te zetten voor het verbeteren van de dynamiek in de thuissituatie.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 9 maart 2026 tot 9 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.