Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 januari 2026 en de daarin genoemde processtukken;
- de akte van de vrouw;
- de akte van de man.
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
[naam 1] als deskundige door de rechtbank moet worden benoemd. Daarnaast hebben beide partijen ingestemd met de door de rechtbank bepaalde vraagstelling.
€ 25.410,00 inclusief btw. De deskundige heeft aangegeven twee collega’s in het onderzoek te zullen betrekken, te weten [naam 2] (MSc) en [naam 3] (MSc). De werkzaamheden van deze collega’s heeft de deskundige meegenomen in de begroting van het voorschot. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Partijen hebben geen bezwaar tegen de kostenbegroting van de deskundige en daarmee ook niet tegen het betrekken van bovengenoemde collega’s van de deskundige in het onderzoek. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op € 25.410,00 en laat de deskundige vrij in het betrekken van de door hem benoemde collega’s in het onderzoek. Daarnaast heeft de deskundige te kennen gegeven algemene voorwaarden te willen hanteren. Partijen hebben daar eveneens geen bezwaar tegen gemaakt.
3.De beslissing
werkzaam als ‘Registeraccountant/Register valuator’ en als partner verbonden aan [bedrijf],
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat hij in het schriftelijk bericht moet vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
woensdag 7 oktober 2026;