De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2020, die momenteel in een pleeggezin verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemt in met het verzoek en werkt aan verbetering van haar thuissituatie met ondersteuning van HomeRun.
De kinderrechter constateert dat de GI toewerkt naar een gefaseerde terugplaatsing van de minderjarige bij de moeder, waarbij de omgang wordt uitgebreid en onbegeleide momenten worden gestart. De moeder heeft positieve stappen gezet, waaronder afronding van een taakstraf en inschrijving voor therapie, en bereidt zich voor op terugkeer van het kind.
De kinderrechter acht verlenging van de machtiging noodzakelijk om een zorgvuldige en duurzame terugplaatsing mogelijk te maken. Daarbij wordt benadrukt dat onduidelijkheid over de financiering van hulpverlening geen belemmering mag vormen voor het inzetten van de noodzakelijke ondersteuning. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is mondeling uitgesproken op 26 maart 2026.