Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4116

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/10/713640 / FA RK 26-525
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en gedragsproblemen

De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 2006. Betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis, autisme, ADHD, middelengebruik en een verstandelijke beperking. Ondanks pogingen tot beoordeling was betrokkene niet bereid zich te laten horen of vrijwillige zorg te accepteren.

De rechtbank stelde vast dat het gedrag van betrokkene, waaronder fysieke agressie richting zijn moeder en het veroorzaken van maatschappelijke en financiële problemen, ernstig nadeel oplevert. De medische verklaringen en zorgplannen onderbouwen de noodzaak van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De rechtbank wees het verzoek tot andere vormen van verplichte zorg af wegens onvoldoende noodzaak. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, ingaande op 23 februari 2026, met het oog op stabilisatie en herstel van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte opname en medicatie vanwege een psychotische stoornis en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/713640 / FA RK 26-525
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 februari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. I. Saey te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 januari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 20 januari 2026;
  • de zorgkaart van 9 januari 2026;
  • het zorgplan van 18 december 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;
  • de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
Op 4 februari 2026 is de behandeling aangehouden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
1.3.
Op 16 februari 2026 is er een aanvullende medische verklaring overgelegd, ook opgesteld door [naam 1] , psychiater.
1.4.
De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank in Rotterdam op 23 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • de hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , ggz agoog, en [naam 3] , psychiater, beiden verbonden aan Antes.
1.5.
Betrokkene is niet verschenen.
1.6.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Op 4 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is toen aangehouden, zodat er een aanvullende medische verklaring kon worden opgesteld. Op basis van de medische verklaring kon namelijk niet vastgesteld worden of er sprake is van een psychische stoornis.
2.2.
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is betrokkene niet verschenen. Hij was ook niet aanwezig bij de behandeling van 4 februari 2026. Toen heeft betrokkene contact gehad met zijn advocaat. Betrokkene heeft tijdens dit gesprek kenbaar gemaakt dat hij geen zorgmachtiging wenst. Hoewel betrokkene zijn advocaat voor de zitting van 4 februari 2026 gemachtigd heeft om namens hem het woord te voeren, acht de advocaat zich op dit moment niet meer gemachtigd om namens betrokkene het woord te voeren. Na 4 februari 2026 heeft de advocaat geen contact meer kunnen krijgen met betrokkene.
2.3.
De rechtbank constateert dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Tijdens de vorige behandeling gaf de advocaat aan dat betrokkene zich verzette tegen een zorgmachtiging en dat hij niet gehoord wilde worden. De ggz agoog verklaart dat betrokkene per brief een aankondiging heeft ontvangen voor de beoordeling. Een week voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 23 februari 2026 is dan ook geprobeerd om betrokkene op zijn woonadres te beoordelen. Betrokkene heeft toen de deur niet geopend. De psychiater vult aan dat de telefoonnummer van betrokkene niet meer werkt. Ook de moeder van betrokkene heeft geen contact meer met betrokkene. Tijdens de mondelinge behandeling probeert de rechtbank – zonder resultaat – om betrokkene telefonisch te bereiken. Verder is gebleken dat betrokkene tijdens een gesprek met de crisisdienst heeft aangegeven op de hoogte te zijn van de mondelinge behandeling van 23 februari 2026. Ook de advocaat geeft aan dat betrokkene niet gehoord wil worden. De mondelinge behandeling is daarom voortgezet.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis in een onduidelijk kader. Daarnaast is betrokkene bekend met autisme, ADHD, gebruik van middelen en een verstandelijke beperking. De rechtbank is daarmee van oordeel dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis. De rechtbank tekent daarbij aan dat een autismespectrumstoornis onder het bereik van de Wvggz kan vallen. Autisme wordt weliswaar genoemd in het ‘Besluit uitbreiding gelijkgestelde aandoeningen’ en valt daarmee ook onder de reikwijdte van de Wzd kan vallen, maar dat besluit is nog niet in werking getreden. [1] Verder maakt de omstandigheid dat de psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft kunnen beoordelen, niet dat er twijfels zijn rondom de psychische stoornis. De onafhankelijk psychiater heeft meermaals geprobeerd om betrokkene te beoordelen, namelijk zowel bij opstellen van eerste medische verklaring als bij het opstellen van de aanvullende medische verklaring.
2.5.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, een ernstig verstoorde ontwikkeling van betrokkene of een ander, de bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene fysiek agressief is geweest richting zijn moeder. Als gevolg hiervan is de politie en Veilig Thuis ingeschakeld. Betrokkene kreeg een huisverbod. Daarnaast is aangifte gedaan vanwege huiselijk geweld. Uit angst voor betrokkene is de moeder van betrokkene uit haar woning vertrokken. Momenteel verblijft betrokkene in het ouderlijk huis en heeft hij amper inkomen. Verder blijkt dat betrokkene veel schulden heeft doordat hij zijn legitimatiebewijs, DigiD gegevens en pinpas onder bedreiging heeft afgegeven aan anderen. De psychiater verklaart dat de psychotische bijverschijnselen bij betrokkene zich uiten in complottheorieën. De ggz agoog verklaart dat betrokkene de nacht voor de mondelinge behandeling de centralist van de crisisdienst heeft gebeld nadat betrokkene aangaf dat hij zijn broer had geslagen. Hij vertelde daarbij een onsamenhangend verhaal. Hij gaf daarbij aan dat hij een parkiet in een lade heeft gestopt, omdat hij het geluid niet meer aankon. Daarnaast bleek dat sprake was van paranoïde wanen. Bij navraag gaf de broer aan dat geen fysieke agressie richting hem heeft plaatsgevonden. De crisisdienst zag op dat moment onvoldoende onmiddellijk dreigend ernstig nadeel om een crisismaatregel af te geven, ook vanwege het voorliggende verzoek tot een zorgmachtiging.
2.6.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.7.
De psychiater verklaart dat het in een ambulante setting niet zal lukken om betrokkene te behandelen. Betrokkene zal dan ook worden opgenomen in een accommodatie om aldaar te kunnen onderzoeken wat de psychotische verschijnselen zijn en hoe deze het beste behandeld kunnen worden. De ggz agoog verklaart dat er, vanuit betrokkene, geen bereidheid is om opgenomen te worden in de accommodatie dan wel medicatie te accepteren. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.8.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.9.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten en
het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Over het insluiten merkt de rechtbank op dat de behandelaar aangeeft dat betrokkene niet naar de hulpverleners agressief is geweest. Bovendien betreft het een ingrijpende zorgvorm, waarmee terughoudend omgegaan moet worden. Daarbij wordt ook opgemerkt dat in noodsituaties verplichte zorg kan worden verleend voor drie dagen.
2.10.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.8 kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 augustus 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 23 februari 2026 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van M.L. Regales, griffier, en op 9 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.