2.2.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram)
aanwezig heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de
bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie
Wij hoorden dat aan ons portofonisch het navolgende werd doorgegeven: ‘Eerder vanmiddag is een Franse Renault Clio met drie inzittenden gecontroleerd. Bij deze controle is een aantal XTC-pillen aangetroffen en inbeslaggenomen. Wij hebben vervolgens deze Renault Clio onopvallend gevolgd. (…) Deze Renault Clio staat momenteel geparkeerd naast een andere auto, namelijk een Renault Megane. Wij hebben gezien dat er tasjes vanuit de Megane in de kofferbak van de Clio werden gelegd. Wij hebben het vermoeden dat er verdovende middelen worden overgedragen.’
Op 23 december 2020 kwamen wij ter plaatse te Schiedam. (…) Tevens zagen wij direct daarnaast een grijze Renault Megane geparkeerd staan, voorzien van het kenteken: [kenteken] (Frankrijk). Wij zagen dat er in de grijze Renault Megane een man op de bestuurdersstoel zat. (…) Bij het doorzoeken van de Renault Megane zag ik onder de stoel van de bestuurder een wit/blauwkleurig plastic tasje van Albert Heijn. Bij het openen van dit tasje zag ik direct een grote hoeveelheid paarskleurige pillen. Ik zag dat deze paarse pillen waren bedrukt met een symbool van het automerk ‘Maserati’. Wij hebben de eerder genoemde man die als enige in de betreffende Renault Megane zat, aangehouden. De man bleek te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ([geboorteland]).
Van alle aangetroffen pillen en de hoedanigheid waarin zij zijn aangetroffen, is een aantal fotografische opnamen gemaakt. Deze foto’s zijn als bijlage aan dit proces-verbaal toegevoegd.
2.
Kennisgeving van inbeslagneming
Omstandigheden: pillen werden aangetroffen in een blauwkleurig Albert Heijn tasje, welke onder de bestuurdersstoel was weggestopt. Betrof een Renault Megane voorzien van Frans kenteken [kenteken].
Goednummer: [nummer 1]
Goednummer: [nummer 2]
Goednummer: [nummer 3]
3.
Proces-verbaal van de politie
Goednummer: [nummer 2]
Aantal: 990
Omschrijving: sealbag met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 1]
Gewicht netto: 455,5 gram
Goednummer: [nummer 1]
Aantal: 991
Omschrijving: sealbag met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 2]
Gewicht netto: 456,2 gram
Goednummer: [nummer 3]
Aantal: 491
Omschrijving: afgesloten boterhamzak met daarin paarse ovale tabletten voorzien van opdruk: Maserati en 300 mg
SIN van monster: [SIN-nummer 3]
Gewicht netto: 226 gram
4.
Deskundigenverslag
Kenmerk Omschrijving Resultaat
[SIN-nummer 1] monster, 23 gleuftabletten (à 0,47 gram), paars, bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
[SIN-nummer 2] monster, veertien gleuftabletten (à 0,47 gram), paars, bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
[SIN-nummer 3] monster, zeventien gleuftabletten (à 0,47 gram), paars bevat MDMA
diepdruk bovenzijde: Maserati logo,
diepdruk onderzijde: ‘Maserati 300 mg NL’
2.2.2.Bewijsmotivering
Vaststelling van de feiten en omstandigheden
Op basis van de bewijsmiddelen en de overige stukken in het dossier stelt de rechtbank de
volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 23 december 2020 werd in een Renault Clio met Frans kenteken een
gebruikershoeveelheid pillen, vermoedelijk XTC, aangetroffen. Vermoed werd dat de
inzittenden van dit voertuig mogelijk nieuwe pillen zouden gaan halen en om deze reden werd
besloten dit voertuig te volgen. Tijdens de observatie werd waargenomen dat dit
voertuig naast een Renault Megane met Frans kenteken [kenteken] parkeerde waarna werd
besloten om beide voertuigen onder observatie te nemen. Waargenomen werd dat er vanuit
de Renault Megane een aantal tasjes uit de achterbak werd gepakt en dat deze werden
neergezet in de achterbak van de Renault Clio. Hierop werd besloten om beide voertuigen te
controleren.
Bij het doorzoeken van de Renault Megane werd onder de stoel van de bestuurder een
wit/blauwkleurig plastic tasje van Albert Heijn aangetroffen met daarin paarskleurige pillen. Nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut heeft uitgewezen dat deze pillen MDMA bevatten.
Aanwezig hebben harddrugs
Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de drugs is vereist dat bij
verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover
beschikkingsmacht had. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Ten aanzien van de Renault Megane met het Franse kenteken [kenteken] staat vast dat de
verdachte deze auto heeft gehuurd en heeft bestuurd. Bij de doorzoeking van deze auto is
onder de bestuurdersstoel een blauwe Albert Heijn tas met daarin verdovende middelen, te
weten MDMA, aangetroffen. Deze plek was niet zodanig verborgen dat iemand die de auto
kent dit niet had kunnen zien en weten. De tas met verdovende middelen lag direct onder de zitplaats van de bestuurder, de plek waar de verdachte zich als gebruiker van de auto bevond. Gelet op deze feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat
verdachte wetenschap had van de verdovende middelen in de auto. De auto werd bestuurd
door de verdachte en de verdachte had daarmee ook beschikkingsmacht over de drugs.
Medeplegen
De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of er sprake is van het ten laste gelegde
medeplegen. Nodig daarvoor is een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of
anderen. Bij de beoordeling of dat het geval is, kan rekening worden gehouden met onder
meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de
voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het strafbare feit en het belang van de rol van verdachte, zijn aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op
een daartoe geëigend tijdstip. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet geconcludeerd kan worden dat er tussen verdachte en (een) ander(en) een
nauwe en bewuste samenwerking bestond ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. De
rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het medeplegen.