ECLI:NL:RBROT:2026:413

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
10-324120-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor verdachte in drugszaken wegens gebrek aan bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met een ander werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 2.473 XTC-pillen, met een totaalgewicht van 1.138,2 gram. De tenlastelegging betrof een incident dat plaatsvond op 23 december 2020 in Schiedam, waar de pillen werden aangetroffen in een Renault Megane onder de bestuurdersstoel. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van zeven maanden, maar de verdediging pleitte voor vrijspraak.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er onvoldoende bewijs was om te concluderen dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover beschikkingsmacht had. De verdachte zat als bijrijder in de auto, maar het enkele feit dat hij in de auto zat, was niet voldoende om te bewijzen dat hij wist van de drugs. Er ontbrak ondersteunend bewijs, zoals DNA-sporen, en de verklaring van de medeverdachte werd niet geloofwaardig geacht. Daarom heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank besloten dat het in beslag genomen geldbedrag van € 420,- aan de verdachte moet worden teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-324120-20
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Data zittingen: 17 februari 2021 en 30 december 2025
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen,
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats:
[adres].
Advocaat van de verdachte: mr. J. Fagel
Officier van justitie: mr. I. Barendregt
Kern van het vonnis
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij samen met een ander ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram) opzettelijk aanwezig heeft gehad. Op de zitting stond ter discussie of de verdachte zich hieraan heeft schuldig gemaakt. De rechtbank oordeelt van niet en zal hieronder uitleggen waarom.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2020 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2.473 XTC-pillen (1.138,2 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde feit dient worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak
Met de verdediging en dus anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde feit niet kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Vaststelling van de feiten en omstandigheden
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende
feiten en omstandigheden vast.
Op 23 december 2020 werd in een Renault Clio met Frans kenteken een
gebruikershoeveelheid pillen, vermoedelijk XTC, aangetroffen. Vermoed werd dat de
inzittenden van dit voertuig mogelijk nieuwe pillen zouden gaan halen en om deze reden werd
besloten dit voertuig te volgen. Tijdens de observatie werd waargenomen dat dit
voertuig naast een Renault Megane met Frans kenteken [kenteken] parkeerde waarna werd
besloten om beide voertuigen onder observatie te nemen. Waargenomen werd dat er vanuit
de Renault Megane een aantal tasjes uit de achterbak werd gepakt en dat deze werden
neergezet in de achterbak van de Renault Clio. Hierop werd besloten om beide voertuigen te
controleren.
Bij het doorzoeken van de Renault Megane werd onder de stoel van de bestuurder een
wit/blauwkleurig plastic tasje van de Albert Heijn aangetroffen met daarin paarskleurige
pillen. Nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut heeft uitgewezen dat deze pillen MDMA bevatten.
Aanwezig hebben harddrugs
Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de drugs is vereist dat bij
verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover
beschikkingsmacht had. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Ten aanzien van de Renault Megane met het Franse kenteken [kenteken] staat vast dat de
medeverdachte ([medeverdachte], 10/324139-20) deze auto heeft gehuurd en heeft bestuurd en dat de verdachte als bijrijder in deze auto heeft gezeten. Bij de doorzoeking van deze auto is onder de bestuurdersstoel een blauwe Albert Heijn tas met daarin verdovende middelen, te
weten MDMA, aangetroffen.
Het enkele gegeven dat de verdachte op de bijrijdersstoel in deze auto heeft gezeten kan niet zonder meer leiden tot de conclusie dat hij wist van deze tas. Evenmin kan dan worden
vastgesteld dat hij ook de beschikkingsmacht had over de daarin gevonden verdovende
middelen. De verdachte ontkent het en ondersteunend bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld het aantreffen van DNA-sporen van de verdachte op de tas en/of de verdovende middelen,
ontbreekt. Dat er bij de insluitingsfouillering in de jaszak van de verdachte één paarskleurige pil is aangetroffen die lijkt op de pillen die in de tas zijn aangetroffen, is onvoldoende om
daaromtrent anders te concluderen. De medeverdachte heeft verklaard, dat verdachte deze
pillen had gekocht bij onbekende derden, die zich in een auto bevonden die vlakbij de Megane
geparkeerd stond. Hij zou met deze pillen, heel kort voor zij door de politie zijn aangehouden,
naar de Megane zijn gelopen. Medeverdachte zou de pillen vervolgens onder zijn stoel hebben
gelegd. Die verklaring vindt echter nergens steun, ook niet in het proces-verbaal van het
observatieteam van de politie, dat de situatie ter plaatse vanaf ongeveer 15 minuten tot aan de
aanhouding heeft geobserveerd.
De rechtbank kan daarom niet wettig en overtuigend bewezen verklaren dat de verdachte al
dan niet samen met de medeverdachte harddrugs aanwezig heeft gehad. De verdachte zal
daarom worden vrijgesproken.

3.In beslag genomen voorwerp

3.1.
Standpunt van de officier van justitie en de verdediging
Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het in beslag genomen geldbedrag (€ 420,-) aan de verdachte dient te worden teruggegeven.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag, te weten
€ 420,-, aan de verdachte.

4.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
In beslag genomen voorwerp
- beveelt de teruggave van het geldbedrag, te weten € 420,-, aan de verdachte.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. R.P. van der Weide en B.E.M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.