Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4211

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/10/713766 / JE RK 26-138
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens noodzakelijke betrokkenheid GI

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot een jaar. De moeder verzette zich tegen deze termijn en verzocht om een kortere verlenging van drie maanden, terwijl de vader instemde met het verzoek van de GI.

De kinderrechter constateerde dat er positieve ontwikkelingen zijn in de situatie van het kind en de communicatie tussen de ouders, maar dat deze nog pril zijn gezien de langdurige voorgeschiedenis. De betrokkenheid van de GI blijft noodzakelijk om de situatie te monitoren en in te grijpen indien nodig.

Hoewel de moeder hulpverlening accepteert en er minder concrete zorgen zijn over haar thuissituatie, acht de kinderrechter het belang van het kind gediend met voortzetting van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling daarom voor zes maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713766 / JE RK 26-138
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. F.J.M. Hamers, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 23 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het gezinsplan van de GI van 16 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • de stukken van mr. Hamers, binnengekomen bij de rechtbank op 11 maart 2026, in de zaak met het zaaknummer: C/10/714991 / JE RK 26-308.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de zaak met zaaknummer: C/10/714991 / JE RK 26-308. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan [persoon B] , de partner van de vader en [persoon C] , de grootmoeder van moederszijde.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 26 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De GI is voorzichtig positief over de huidige situatie. Sinds de uitspraak van het hof is er een kanteling gekomen. De GI merkt ook bij [voornaam minderjarige] dat dit een positieve invloed heeft. Het is belangrijk dat de samenwerking tussen de ouders en de GI verbetert om stappen te kunnen zetten. De GI hoopt dat de positieve lijn wordt vastgehouden en doorgezet, zodat er naar het vrijwillig kader kan worden toegewerkt. Daarvoor is het belangrijk dat de ouders de zorgen die zij hebben ook met elkaar bespreken, al dan niet via de GI. De GI hoopt dat dit de laatste verlenging van de ondertoezichtstelling is en dat de ouders de stappen gaan zetten om een volledige omgangsregeling op te stellen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Primair verzoekt de moeder om het verzoek van de GI af te wijzen en subsidiair om te verlengen voor een periode van drie maanden, zodat kan worden bezien of de ouders er samen uitkomen om de uitgebreide regeling op te stellen. Door de advocaat is – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De voornaamste zorgen hadden betrekking op de communicatie tussen de ouders, de zorgen die de moeder uitte over [voornaam minderjarige] en de omgang van [voornaam minderjarige] met de vader. De moeder heeft uiteindelijk zelf hulp ingeschakeld en accepteert deze hulp. Na de procedure bij het hof begin 2025 is de GI zich meer gaan inspannen. Sinds april 2025 is de huidige jeugdbeschermer betrokken en heeft de GI meer contact met [voornaam minderjarige] . De moeder heeft aan alles meegewerkt, maar heeft het vertrouwen in de GI inmiddels verloren. Momenteel is er geen sprake meer van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Inmiddels is er een goede communicatie tussen de ouders. Daarnaast zijn er instanties betrokken die aan de bel kunnen trekken als dat nodig is. Antes en het wijkteam zijn betrokken bij de moeder. De moeder heeft een dochter gekregen en vanuit het wijkteam zal Integrale Vroeghulp (IVH) worden ingezet.
4.2.
De vader heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De vader is evenals de GI voorzichtig positief. Tot september 2025 verliep de communicatie tussen de ouders moeizaam. Daarna is daar verandering in gekomen. De afgelopen vijf jaar waren erg moeizaam en om nu te stoppen met de ondertoezichtstelling vindt de vader een brug te ver. De vader maakt zich nog steeds ernstig zorgen over het welzijn van [voornaam minderjarige] bij de moeder. Uit het Antes verslag komt naar voren dat de moeder een terugval heeft gehad in het alcoholgebruik. De vader had hier eerder van op de hoogte willen zijn. Daarnaast verloopt de samenwerking met de moeder en de GI nog moeizaam. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de moeder meewerkt aan de evaluaties van de GI. De vader hoopt dat de komende periode de stijgende lijn wordt vastgehouden en dat er een eerlijke verdeling van de vakantie- en feestdagen komt. De vader vindt een verlenging van drie maanden te kort.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De afgelopen maanden zijn er mooie stappen gezet. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader verloopt goed en de communicatie tussen de ouders via de e-mail is sterk verbeterd. [voornaam minderjarige] laat een vooruitgang zien en het gaat goed op school. Het is ouders ook gelukt om samen voor [voornaam minderjarige] aanwezig te zijn toen hij op school een gedicht mocht voordragen. Ouders lijken erin te slagen de belangen van [voornaam minderjarige] voorop te blijven stellen. Gelet op de situatie waaruit de ouders en [voornaam minderjarige] en de energie die het hun beiden heeft gekost om die situatie te veranderen zijn deze ontwikkelingen een compliment waard.
5.3.
Tegelijk moet worden vastgesteld dat deze ontwikkelingen, tegen de achtergrond van de langdurige voorgeschiedenis, pril zijn. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders de stijgende lijn vasthouden en dat het de ouders lukt om stappen te blijven zetten in het belang van [voornaam minderjarige] . Het is belangrijk dat de ouders, al dan niet samen met de GI, komen tot een complete zorgregeling zodat daarover geen onduidelijkheid meer bestaat. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de ondertoezichtstelling doorloopt totdat die afspraken tussen de ouders zijn vastgelegd. De betrokkenheid van de GI is ook nog de komende periode noodzakelijk om mee te kijken met de ouders en in te grijpen als dit onverhoopt tocht nodig is. De GI is al een lange periode betrokken bij de ouders en [voornaam minderjarige] en op deze manier kan de ondertoezichtstelling goed worden afgesloten. Het is van belang dat de moeder, ondanks het verlies in vertrouwen, de komende periode in contact blijft met de GI, zodat uiteindelijk een overdracht naar het vrijwillig kader na afloop van de komende termijn mogelijk is.
5.4.
Alhoewel er wel zorgen zijn over de situatie van de moeder, stelt de kinderrechter vast dat zij al geruime tijd bij Antes in behandeling is voor haar alcoholverslaving. Zij heeft daar ook uit eigen beweging melding gemaakt van haar laatste terugval. Bovendien heeft de moeder ook hulpverlening vanuit het wijkteam aangenomen na de geboorte van haar dochter. Ook is het NIKA-traject is gestart om met het oog op de hechtingsrelatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Daarbij komt dat er verder weinig concrete zorgen zijn over de thuissituatie bij de moeder. Er is dan ook voldoende hulpverlening betrokken bij moeder, die door haar ook wordt aanvaard. Voor zover er zorgen zijn, vormen die naar het oordeel van de kinderrechter geen grond voor een verdere voortzetting van de ondertoezichtstelling, nu de hulpverlening daarvoor ook in een vrijwillig kader kan worden geboden.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter wel van oordeel dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van zes maanden. De kinderrechter benadrukt dat de ouders in die periode stappen dienen te zetten een en ander zodat vervolgens naar het vrijwillig kader over kan gaan. De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek afwijzen.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 26 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.