Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4229

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/10/715624 - KG ZA 26-194
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 lid 1 RvArt. 705 lid 2 RvArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke opheffing conservatoir beslag wegens geschil over huur en gebreken duwbakken

Olam International Limited legde conservatoir beslag op vaartuigen, een bankrekening en onder een opdrachtgever van Jansma Shipping B.V. ter verzekering van een vordering van €1.346.597,00. Jansma betwist de vordering en vordert opheffing van het beslag.

De kern van het geschil betreft de levering van vier duwbakken en een assistentieboot die Jansma aan Olam zou verhuren. De vaartuigen werden te laat geleverd en waren langer dan contractueel overeengekomen, waardoor ze beperkt inzetbaar waren. Olam huurde vervangende vaartuigen en vordert vergoeding van deze kosten. Jansma stelt dat partijen een nadere overeenkomst sloten waarin Olam de langere duwbakken accepteerde, en dat het beslag disproportioneel is.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet uitgesloten is dat Olam een substantiële vordering heeft. Jansma heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een nadere overeenkomst is gesloten die de langere duwbakken definitief accepteert. Ook is niet aannemelijk dat het huren van vervangend materieel onnodig was. De vordering van Olam wordt voorlopig begroot op €700.000,00, rekening houdend met de huurverplichting van Olam aan Jansma. Het beslag wordt gedeeltelijk opgeheven voor zover het bedrag van €700.000,00 wordt overschreden. De overige vorderingen van Jansma worden afgewezen.

Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt gedeeltelijk opgeheven en beperkt tot een bedrag van €700.000,00.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/715624 / KG ZA 26-194
Vonnis in kort geding van 3 april 2026
in de zaak van
JANSMA SHIPPING B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Jansma,
advocaat: mr. O. Huisman,
tegen
OLAM INTERNATIONAL LIMITED,
te Singapore,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Olam,
advocaat: mr. M.J. Hajdasinski.

1.Waar gaat deze zaak over?

Olam heeft executoriaal beslag laten leggen op een aantal vaartuigen, op een bankrekening en onder een opdrachtgever van Jansma. Het beslag is gelegd ter verzekering van de betaling van een (volgens Olam) door Jansma aan Olam verschuldigd bedrag van € 1.346.597,00 inclusief rente en kosten. Jansma stelt dat zij dit bedrag niet verschuldigd is en vordert dat het beslag wordt opgeheven. De voorzieningenrechter geeft Jansma deels gelijk. Het beslag wordt gedeeltelijk opgeheven. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 16 januari 2026 met producties 1 tot en met 15;
  • de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8 en daarnaast de op 11 maart 2026 aan Jansma betekende dagvaarding in de hoofdzaak;
  • de mondelinge behandeling gehouden op 13 maart 2026;
  • de pleitnota van de kant van Jansma;
  • de pleitnota van de kant van Olam;
  • de nadere akte van de kant van Olam van 19 maart 2026.

3.De feiten

3.1.
Olam vervaardigt cacaoproducten in haar verwerkingslocaties in Wormer en in Koog aan de Zaan. Zij heeft vaartuigen nodig voor het vervoer van cacaobonen van overslaglocaties in de haven van Amsterdam naar haar verwerkingslocaties langs de rivier de Zaan. Olam heeft een circulaire ambitie en wil daarom gebruik maken van zogenaamde elektrische e-pushers die duwbakken voortduwen. Jansma, een onderneming die zich richt op de verhuur van binnenvaartschepen, bood de mogelijkheid oude binnenvaartschepen om te bouwen naar duwbakken. Olam kon deze duwbakken van Jansma huren. De e-pusher zou via Jansma worden gehuurd van Kotug International BV (hierna: Kotug).
3.2.
Partijen hebben op 30 april 2024 een huurovereenkomst met elkaar gesloten (hierna: de Overeenkomst). Op grond van die overeenkomst zou Jansma met ingang van 15 december 2024 vier duwbakken en één assistentieboot (de e-pusher) aan Olam verhuren voor de duur van vijf jaar.
3.3.
In de aanhef van de Overeenkomst staat:

(…) en in overweging nemende dat:
  • partijen de huur zijn overeengekomen van vier (4) duwbakken en één (1) assistentie boot (vlet);
  • de duwbakken geschikt zijn voor het vervoeren van cacaobonen van overslaglocaties in de haven van Amsterdam naar verwerkingslocaties langs rivier de Zaan(onderstreping door de voorzieningenrechter);
  • de huurder instemt met de contract specificaties zoals hieronder omschreven.
3.4.
In de Overeenkomst staat een tabel met contractspecificaties, voor zover nu relevant:
1. Type: & namen:
4xduwbakken:
Naam 1: "Ofi barge 1"
Naam 2: "Ofi barge 2"
Naam 3: "Ofi barge 3"
Naam 4: "Ofi barge 4"
1 x assistentie boot (vlet):
Naam: "Ofi Pusher 1"
3. Afmetingen:
+/-58.00 x 8.20 meter
14. Oplevering verhuurder:
Datum: Zondag 15 december 2024
Plaats: Rotterdam /Amsterdam”
3.5.
In de Overeenkomst staat over de levering en over de leveringsdatum opgenomen, voor zover nu relevant:

2. Levering
a. De verhuurder zal de duwbakken en assistentie boot opleveren aan de huurder op de datum en plaats zoals vastgesteld in Box 14 ("Oplevering verhuurder") in volledig operationele staat en vrij van eventuele gebreken, met alle certificaten en vergunning die nodig zijn voor de exploitatie van de duwbakken en assistentie boot voor het transport van cacaobonen.
(…)
4. Leveringsdatum
Indien een of meerdere duwbakken niet op de leveringsdatum zoals vermeld in box 14 wordt geleverd, of niet voldoet aan de bepalingen van scheepvaart inspectie dan kan de huurder zonder beperking van zijn andere rechten of rechtsmiddelen een of meer van de
volgende rechtsmiddelen uitoefenen:
a. (…)
b. Vervangende duwbakken van een andere leverancier te verkrijgen en alle kosten en uitgaven die de huurder redelijkerwijs heeft gemaakt bij het verkrijgen van dergelijke een dergelijke vervanging op de verhuurder te verhalen.”
3.6.
Op 15 januari 2025 heeft Jansma de eerste duwbak, de OFI 1, aan Olam ter beschikking gesteld. Deze duwbak voldeed niet aan de overeengekomen specificaties. De duwbak was 67 meter lang in plaats van 58 meter. Olam heeft de OFI 1 alleen ingezet bij de fabriek te Wormer. De duwbak was te lang om te worden ingezet bij de locatie Koog.
Olam heeft de huurprijs voor de OFI 1 aan Jansma betaald voor de periode van 15 januari 2025 tot en met 30 september 2025. Dit was een bedrag van € 115.835,16.
3.7.
Op 17 januari 2025 schreef Olam aan Jansma onder meer “
Er is een echt probleem met de 67 meter bak om naar Koog te gaan. We moeten dit bespreken en oplossen. We worden nu serieus gehinderd in onze flexibiliteit. Dit is ook niet wat we besproken hebben. Bakken zouden niet meer dan 60 meter zijn.”
3.8.
Olam, Jansma en Kotug hebben op 7 februari 2025 de lengteproblematiek besproken. Kotug stuurde naar aanleiding van dit overleg op 10 februari 2025 een e-mail, waarin voor zover nu relevant staat:

Subject: (…) Afspraken mbt bakken, overleg 7-2-2025
Om mogelijke verwarring of onduidelijkheid te voorkomen hecht ik er waarde aan om het volgende toch nog even te verduidelijken in deze email:
  • Bak 2,3 en 4 zijn nog niet geleverd
  • Bak 1, 2, 3 en 4 zijn nu 66/67 meter lang maar deze bakken zullen dmv inkorten achterkant een maximale lengte krijgen van 58 meter (incl. nieuwe achtersteven)
  • Achterstevens van deze bakken zal Jansma in zijn hal in Rotterdam opbouwen
  • Bakken 2,3 en 4 zullen direct een schuin schot krijgen in het achterste ruim
  • Van bak 1 zal het schuine shot in het achterste ruim in de buurt van Koog/Wormer worden geplaatst
  • Als gevolg van het (nu) lange certificeringstraject om de ingekorte bakken gecertificeerd te krijgen, stelt Jansma voor om de nog niet in lengte aangepaste en dus te lange bakken tijdelijk in te zetten en te gebruiken voor Ofi. Deze bakken voldoen op de lengte na wel aan de afgesproken normen zoals we gezamenlijk hebben besproken t.a.v. afwerking laadruimte, luiken vergrendeling/bediening, soepele loop, werkende boegschroeven etc. (e.e.a is genoegzaam bekend)
  • Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat deze bakken sowieso/zeker zullen worden ingekort naar de afgesproken lengte, dit wordt niet meer teruggedraaid
  • Dat de bakken bak voor bak in overleg uit de operatie zullen worden gehaald om in te korten waarbij er een extra bak (5) zal worden ingezet om mee te draaien
  • Dat dit proces van inkorten en certificeren direct zal worden opgestart en dat dit met een half jaar klaar zal zijn
  • De niet ingekorte bakken steken uit achter de kade (Koog) en de handling van deze te lange bakken bemoeilijkt de operatie achter de fabrieken.
Planning levering (Amsterdam) van de nog niet ingekorte bakken:
Bak 2 en 3: eind februari
Bak 4: eind maart
Assistentieboot: eind februari - de Zaan
Dit is volgens mij wat we besproken hebben. Mocht het niet juist zijn dan hoor ik dat graag.
Extra opmerkingen/vragen van onze kant:
Om er zeker van te zijn dat we tijdelijk met de niet ingekorte bakken kunnen varen stellen we voor om deze week met een volle bak 1 te testen bij de Koog.
De boegschroeven van de bakken zijn individueel voorzien van een eigen bedieningskast met een kabel. De kabel gaat nu via een open raam het wheelhouse in. Dit is onhandig, werkt niet plezierig en is ook niet geheel veilig. Graag de bediening van de boefschroeven voor alle bakken met 1 en dezelfde bedieningskast. Er zal best een universele bedieningsunit bestaan zodat we op een veilige en betrouwbare manier niet elke keer via een open raam de bedieningskast moeten wisselen voor elke bak.
Hoor graag wat de mogelijkheden zijn.
3.9.
Jansma heeft op 11 februari 2025 een e-mail aan Olam en Kotug gestuurd. Daarin staat, voor zover nu relevant:

Subject: (…) bespreken bakken opties
Zoals zojuist besproken zie bijgaand ons voorstel ten aanzien van de voorwaarden en uitlevering van de bakken.
Levering
OFI 1: Levering initieel 17 januari (herziening 12 Februari)
OFI 2: Levering vrijdag 11 april
OFI 3: Levering vrijdag 14 maart
OFI 4: Levering vrijdag 14 maart
OFI Pusher 1: Levering 14 maart
OFI 5: Levering window vrijdag 30 April- 16 mei.
Voorwaarden
• Pre-inspectie van de bakken voor acceptatie van levering en vertrek in Rotterdam;
• Acceptatie van vergroting capaciteit en lengte van de bakken OFI 1t/m OFI 4 inclusief:
o Plaatsen schuine schotten waar nodig voor lossen Koog
o Plaatsen 4 x elektrische lieren + dyneema draden voor verhalen
o Plaatsen railling / guidance systeem voor acceptatie werken op hoogte
o Plaatsen valbescherming ruim waar nodig
• Levering van OFI 5 voor additionele capaciteit(+/- 500 dwt) en flexibiliteit. Indicatie afmetingen 60 x 6,60 mtr. Wordt schriftelijk vastgelegd voor wederzijds akkoord bij aanschaf vanuit Jansma;
• Separate afhandeling van additionele kosten voor inhuur van schepen tussen contractuele
leverdatum 15 december en daadwerkelijke leverdatum;
• Start facturatie per opleverdatum.”
3.10.
Jansma heeft de vaartuigen op enig moment aan Olam ter beschikking gesteld. Olam stelde zich echter op standpunt dat zij de vaartuigen (nog) niet in gebruik kon nemen.
Naast de discussie over de lengte van de vaartuigen, is tussen partijen een oplopend geschil ontstaan over de vraag of de vaartuigen andere gebreken vertonen die het normale gebruik daarvan in de weg staan
enover de vraag of de vaartuigen waren voorzien van een geldige certificering. Partijen hebben in dat kader ieder voor zich, en daarna nog gezamenlijk, een deskundigenonderzoek laten uitvoeren. Partijen zijn echter niet nader tot elkaar gekomen, omdat zij het over en weer oneens zijn over de bevindingen van de verschillende deskundigen.
3.11.
Op 9 oktober 2025 stuurt Jansma een overzicht van de nog openstaande facturen naar Olam. Het totaal aan vorderingen bedroeg op dit moment € 549.518,77. In de betreffende e-mail staat ook: “
Met verwijzing naar artikel 4.b. van onze overeenkomst zien wij daarnaast graag de verrekening tegemoet van kosten tot het moment van juridische levering, op basis van de data uit de on-hire-rapportages. Dit stelt ons in staat onze verplichtingen jegens OFI correct na te komen.”
3.12.
Op 10 oktober 2025 stuurt Olam in het kader van de inhoudelijke discussies een e-mail naar Jansma, waarin voor zover nu relevant staat:

Barge 5
Partijen hebben geconstateerd dat de OFI barges 1 tot en met 4 langer waren dan de bij contract overeengekomen lengte van 58 meter. De OFI barge 1 was zelfs zo lang, dat deze alleen kon worden ingezet op de locatie Wormer. Zoals Ofi ook aan Jansma heeft medegedeeld, zou het inzetten van de OFI barge 1 op de locatie Koog namelijk voor aanzienlijke problemen zorgen. Zo zou de duwbak bij het laden uitsteken en hinder veroorzaken op de naastgelegen kade. Daarnaast zou de duwbak te lang zijn om te kunnen manoeuvreren op de Koog. Daarnaast is er na onderzoek geconstateerd en afgestemd dat voor twee andere barges, ivm de langere lengte, een schuine wand in het ruim geplaatst moest worden om ervoor te zorgen dat de loskraan dit ruim volledig kan bereiken/lossen. Met een reductie in laadcapaciteit als gevolg. Partijen zijn vervolgens overeengekomen dat Ofi de te lange barges zou accepteren, maar dat Jansma ter compensatie een vijfde duwbak zou leveren. Dit heeft Jansma ook bij e-mail van 11 februari 2O25 aan Ofi bevestigd.”
3.13.
Op 20 oktober 2025 stuurt Olam een factuur met de kosten voor het inhuren van vervangende vaartuigen naar Jansma. Het factuurbedrag bedraagt € 889.064,65 en heeft betrekking op de periode van medio december 2024 tot en met september 2025.
3.14.
Op 28 oktober 2025 stuurt Jansma een sommatie naar Olam. Jansma stelt Olam in gebreke en maakt aanspraak op de achterstallige huur van € 549.518,77, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Het bedrag heeft betrekking op de huur van alle OFI Barges en de OFI Pusher over de periode van medio december 2024 tot oktober 2025.
3.15.
Op 13 november 2025 reageert Olam met een eigen sommatie op de sommatie van Jansma. In deze brief staat onder meer:

Kosten van de OFI barge 1
Partijen hebben reeds overeenstemming bereikt over de OFI barge 1 en Olam heeft de kosten tot op heden volledig voldaan. (…) Partijen hebben op 29 augustus 2025 overeenstemming bereikt over de OFI barge 1, waarbij zij afspraken dat Olam de kosten van de huur van de OFI barge 1 zou gaan betalen vanaf 15 januari 2025 (zie bijlage 2). De kosten van de huur van de OFI barge 1 voor de periode 15 december 2024 tot en met 31 december 2024, kan derhalve niet alsnog worden gevorderd door Jansma.
De kosten van de huur en de kosten van de vervangende huur
(…)
Jansma was te laat met de oplevering van de OFI barges 1 tot en met 4 en de OFI pusher 1, als gevolg waarvan Olam automatisch recht heeft op vergoeding van redelijke kosten die zij heeft gemaakt voor de huur van de vervangende duwbakken. Deze kosten bedragen € 889.064,65. Een overzicht van de opbouw van deze kosten wordt bijgevoegd als bijlage 18. Deze kosten zijn door Jansma verschuldigd aan Olam. Olam doet in dit kader (wederom) een beroep op verrekening van de huurfacturen van Jansma (minus het bedrag van € 7.360,32 voor de huur van de OFI barge 1 over de periode 15 december tot en met 31 december 2024) ad € 542.158,45, met de kosten die Olam heeft moeten maken voor de huur van de vervangende vaartuigen bij Rederij de Jong, ad € 889.064,65. Jansma is aan Olam derhalve een bedrag van € 346.906,20 verschuldigd.
3.16.
Op 27 november 2025 stuurt Olam nog een tweede sommatie naar Jansma. In deze e-mail staat onder meer:

In deze brief vorderden wij namens Olam betaling van het door Jansma verschuldigde bedrag van € 889.064,65. Olam deed daarbij een beroep op verrekening met het door Jansma gevorderde bedrag van € 549.518,77 minus het bedrag ter zake van de OFI barge 1 ad € 7.360,32. Zoals ook aangevoerd in de brief, dient dit bedrag tevens te worden verminderd met de kosten van CML en Lemmen ad € 15.061,91 die Jansma bij factuur met factuurnummer 2025-0023 vorderde, nu deze kosten niet door Olam verschuldigd zijn. Olam doet derhalve een beroep op verrekening van de huurfacturen van Jansma ad € 527.096,54, met de kosten die Olam heeft moeten maken voor de huur van de vervangende vaartuigen bij Rederij de Jong, ad € 889.064,65. Jansma is aan Olam derhalve een bedrag van € 361.968,11 verschuldigd. Olam maakt thans aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 3.584,84, alsmede de wettelijke rente ad € 13.655,14.
Namens Olam verzoeken, en voor zover nodig sommeren, wij Jansma het bedrag van € 379.208,09, uiterlijk maandag 1 december 2025 aan Olam te voldoen.
3.17.
Jansma heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden per e-mail van 13 januari 2026.
3.18.
Olam heeft op 12 februari 2026 verlof gevraagd aan de voorzieningenrechter voor het leggen van conservatoir beslag ten laste van Jansma op de vaartuigen en onder de ING bank en Cargill B.V. en heeft daarbij verzocht haar vordering te begroten op € 1.346.597,00 inclusief rente en kosten. Het verlof is dezelfde dag voor dat bedrag verleend. Op 18 februari 2026 heeft Olam die beslagen gelegd.

4.Het geschil

4.1.
Jansma vordert kort gezegd – na wijziging van eis – bij vonnis, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:
  • primair, Olam te veroordelen tot opheffing van alle of enkele op 18 februari 2026 gelegde conservatoire beslagen, op straffe van een dwangsom;
  • subsidiair, Olam te veroordelen tot opheffing van de op 18 februari 2026 gelegde conservatoire beslagen tegen het stellen van alternatieve zekerheid zoals omschreven onder punt 42 tot en met 44 van de pleitnotitie van Jansma;
  • in alle gevallen, bepaling dat Jansma moet worden gehoord bij een nieuw beslagverzoek,
met veroordeling van Olam in de kosten van deze procedure.
4.2.
Jansma legt hieraan het volgende ten grondslag:
1. De vordering van Olam is ondeugdelijk. Jansma is geen (schade)vergoeding aan Olam verschuldigd. Het is juist dat de vaartuigen later aan Olam ter beschikking zijn gesteld dan oorspronkelijk overeengekomen. Ook waren de duwbakken langer dan in de Overeenkomst gespecificeerd. Partijen hebben echter op 11 februari 2025 een nadere overeenkomst gesloten. Die overeenkomst hield in dat Olam de langere duwbakken en een grotere ladingscapaciteit (definitief) zou accepteren onder een aantal voorwaarden, waaronder het plaatsen van ruimschotten en de levering van een extra duwbak. Het bestaan van deze nadere overeenkomst blijkt uit het hiervoor geciteerde deel uit de e-mail van Olam van 10 oktober 2025 (zie randnummer 3.12).
Jansma is de verplichtingen uit die nadere overeenkomst nagekomen en heeft de duwbakken aan Olam ter beschikking gesteld op 15 januari 2025 (OFI Barge 1), op 27 maart 2025 (OFI Barges 3 en 4 en OFI Pusher 1) en op 18 juni 2025 (OFI Barge 2). Alleen de OFI Barge 5 is niet aan Olam ter beschikking gesteld. Olam kon de geleverde vaartuigen in gebruik nemen; de duwbakken waren vrij van gebreken en voorzien van een geldig certificaat. De noodzaak tot het huren van vervangende vaartuigen ontbrak. Voor zover Olam wel aanspraak zou kunnen maken op enige vergoeding voor de kosten van vervangend materieel, dan heeft dit slechts betrekking de periode tussen 15 december 2024 (de overeengekomen opleverdatum) en anders 11 februari 2025 (de nadere overeenkomst) tot de data van oplevering van de vaartuigen. Ook moet een lager bedrag aan huur in aanmerking worden genomen. In plaats van vergelijkbare vaartuigen te huren voor een vergelijkbare huurprijs, heeft Olam gekozen voor een veel duurdere oplossing. Het verschil in de kosten moet voor rekening van Olam komen.
Jansma doet tot slot een beroep op verrekening van enige (schade)vergoeding met de door Olam aan Jansma verschuldigde huur, nu Olam vanaf de data van oplevering van de vaartuigen het genot daarvan heeft gehad.
2. Het gelegde beslag is disproportioneel. De cumulatie van de beslagen op de vaartuigen en de bankrekening en onder een opdrachtgever van Jansma legt haar onderneming operationeel lam en dat leidt tot een financiële noodsituatie die ertoe noopt dat het beslag wordt opgeheven.
4.3.
Olam voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Jansma, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Jansma in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

5.De beoordeling

5.1.
Partijen zijn gevestigd in verschillende landen. De Nederlandse voorzieningenrechter heeft verlof verleend voor het leggen van de conservatoire beslagen. Daarom is hij op de voet van artikel 705 lid 1 Rv Pro bevoegd te oordelen over een vordering tot opheffing van dat beslag.
5.2.
Op grond van artikel 705 lid 2 Rv Pro wordt een gelegd conservatoir beslag onder meer opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van degene die opheffing van het conservatoire beslag vordert (in dit geval Jansma) om, met inachtneming van de beperkingen van een kort geding, voldoende aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger (in dit geval Olam) gepretendeerde vordering ondeugdelijk is of dat het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd. Er zal beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en (summierlijk) met bewijsmateriaal is onderbouwd.
Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. Hierbij geldt dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.
5.3.
Olam meent dat zij een vordering op Jansma heeft van in totaal € 1.346.597,00. Dit bedrag is opgebouwd uit de hoofdsom van € 1.101.389,00 (de huur van vervangende vaartuigen over de periode van 15 december 2024 tot 13 januari 2026), vermeerderd met rente en kosten. Olam legt aan deze vordering ten grondslag dat Jansma niet heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de Overeenkomst. Partijen hadden afgesproken dat Jansma de vier duwbakken en de E-pusher op 15 december 2024 zou opleveren in volledig operationele staat en vrij van eventuele gebreken, met alle certificaten en vergunningen die nodig zijn voor de exploitatie van de duwbakken en assistentieboot voor het transport van cacaobonen. Jansma heeft de vijf vaartuigen echter te laat aan Olam ter beschikking gesteld. De duwbakken waren te lang en konden daardoor niet (zonder aanpassing) worden gebruikt voor het vervoer van cacaobonen naar Koog aan de Zaan. Daarnaast konden de OFI barges 2, 3 en 4 niet worden ingezet omdat sprake was van diverse gebreken en deze vaartuigen niet waren voorzien van de juiste certificering. Olam was genoodzaakt vervangende vaartuigen te huren en is gerechtigd die kosten op Jansma te verhalen. Olam beroept zich daartoe in de eerste plaats op de contractuele regeling in artikel 4.b. van de Overeenkomst (zie hiervoor onder 3.5). Daarnaast stelt zij dat (subsidiair) sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst in de zin van artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Jansma is gehouden de daardoor veroorzaakte schade aan Olam te vergoeden.
5.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat, in het kader van het beperkte bestek van deze kortgedingprocedure waarin de deugdelijkheid van de door Olam gestelde vordering slechts summier kan worden onderzocht, voorshands niet kan worden uitgesloten dat een bodemrechter tot het oordeel komt dat Olam een substantiële vordering heeft op Jansma.
5.5.
Vaststaat dat Olam op 15 december 2024 geen vaartuigen geleverd heeft gekregen zoals partijen waren overeengekomen. De duwboten die op een later moment aan Olam ter beschikking zijn gesteld, waren te lang en daardoor niet of beperkt inzetbaar voor het vervoer van cacaobonen van Amsterdam naar Wormer en/of Koog aan de Zaan. Het is al daarom aannemelijk dat Olam op enig moment vervangend materieel heeft moeten inzetten, zodat haar lopende activiteiten niet zouden stilvallen.
5.6.
Jansma heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat partijen op 11 februari 2025 een nadere overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan Olam langere duwbakken en een grotere ladingscapaciteit (definitief) onder voorwaarden zou hebben geaccepteerd
enhaar beroep op een vergoeding van de kosten van het vervangend materieel prijsgegeven. Olam betwist dat ten stelligste. Volgens haar heeft Jansma op 11 februari 2025 slechts een voorstel gedaan, zoals vermeld in de aanhef van de e-mail. Olam heeft dit voorstel niet aanvaard, omdat het voorstel niet voldeed aan de contractuele lengte-eis van 58 meter. Deze eis was vanwege de beperkte afmetingen van de kade in Koog aan de Zaan een van de kerncriteria in de Overeenkomst. Het belang van de eis was partijen al sinds de start van de onderhandelingen begin 2024 bekend en is steeds onveranderd belangrijk gebleven. Olam verwijst in dat verband naar het gespreksverslag van 10 februari 2025 waarin staat “
Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat deze bakken sowieso/zeker zullen worden ingekort naar de afgesproken lengte, dit wordt niet meer teruggedraaid”Olam stelt dat zij uitsluitend uit welwillendheid is meegegaan in het voorstel van Jansma de duwbakken aan te passen, door onder meer schuine schotten in de laadbakken te plaatsen. De passage uit de e-mail van 10 oktober 2025 waar Jansma naar verwijst moet in dat licht worden gelezen en vormt geen bevestiging van het bestaan van een nieuwe afspraak zoals door Jansma gesteld.
5.7.
Jansma heeft ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het niet noodzakelijk was vervangende vaartuigen te huren, wat volgens Jansma eveneens in de weg staat aan aanspraak op het gevorderde bedrag. Partijen voeren al langere tijd een veelomvattende discussie over de vraag of en in hoeverre de duwbakken vrij waren van gebreken en voorzien van geldige certificaten. Deze kwestie kan niet, in het bestek van deze procedure, eenvoudig worden beantwoord. Dat blijkt wel uit het feit dat partijen in het kader van deze discussie ieder afzonderlijk en daarna gezamenlijk een deskundigenonderzoek hebben laten uitvoeren, maar dat zij er niet in zijn geslaagd aan de hand van de bevindingen van de deskundigen nader tot elkaar te komen. Duidelijk is wel dat de duwbakken niet zonder meer inzetbaar waren, zoals Jansma betoogt. In de overgelegde correspondentie tussen partijen wordt veelvuldig gesproken over door Jansma uit te voeren herstel van gebreken, dit nog los van het overschrijden van de overeengekomen maximale lengte. Dat de door partijen gezamenlijk ingeschakelde expert, Register Holland, expliciet concludeert dat de certificaten van een aantal duwbakken eerst moesten worden aangepast voordat de schepen in de vaart konden worden genomen, maakt ook duidelijk dat er geen sprake van was dat de vaartuigen zonder meer (direct) konden worden ingezet.
5.8.
Nu voorshands niet onaannemelijk is dat Olam gerechtigd is tot een (schade)vergoeding voor de kosten van vervangende vaartuigen, is er geen grond voor een volledige opheffing van de door Olam gelegde conservatoire beslagen. De voorzieningenrechter ziet echter wel aanleiding tot gedeeltelijke opheffing door beperking van het bedrag waarvoor beslag gelegd mag worden. Daartoe geldt het volgende.
5.9.
De voorzieningenrechter heeft de vordering van Olam in het beslagverlof op haar verzoek voorlopig begroot op € 1.346.597,00 inclusief rente en kosten. Olam heeft de omvang van haar vordering nauwelijks toegelicht in het verzoekschrift. Dat Olam recht heeft op enige (schade)vergoeding kan voorshands zeker niet worden uitgesloten, maar het is zeer de vraag of die vergoeding zo hoog zal zijn als nu door Olam wordt gesteld en in de bodemprocedure wordt gevorderd. Olam heeft in haar vordering niet verdisconteerd dat zij in beginsel de huur verschuldigd blijft aan Jansma.
Het standpunt van Jansma is dat Olam huur verschuldigd is, in ieder geval voor de periode vanaf het ter beschikking stellen van de vaartuigen tot de ontbinding van de Overeenkomst. Daar doet volgens haar het bepaalde in artikel 4.b. van de Overeenkomst niet aan af en ook in de sleutel van een schadevergoeding uit wanprestatie kan aanleiding bestaan met een huur(betalings)verplichting rekening te houden. Jansma doet dan ook in deze procedure (punt 82 van de dagvaarding), net als in haar sommaties in oktober 2025, een beroep op verrekening. De voorzieningenrechter constateert dat Olam eerder ook rekening hield met een huurverplichting, zoals blijkt uit de hiervoor geciteerde sommatiebrieven van 13 en 27 november 2025 (zie randnummer 3.15 en 3.16).
Desgevraagd heeft Olam ter zitting toegelicht dat in artikel 4.b. van de Overeenkomst geen koppeling wordt gelegd met een huurverplichting, zodat daar voor wat betreft de berekening van de vergoeding geen rekening mee hoeft te worden gehouden. Olam is ook anderszins van mening dat zij geen huur is verschuldigd, anders dan de al betaalde huur voor OFI Barge I, omdat Jansma niet heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de Overeenkomst.
5.10.
Beoordeeld moet worden of voor wat betreft de omvang van de vordering van Olam rekening moet worden gehouden met aan Jansma verschuldigde huur. Partijen verschillen wat dat betreft van mening over de uitleg van artikel 4.b. van de Overeenkomst.
Het antwoord op deze vraag hangt af van wat partijen bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst daaromtrent over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen en verklaringen redelijkerwijs mochten afleiden, waarbij ook betekenis toekomt aan latere gedragingen. Partijen hebben daarover geen concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht. Gelet hierop leidt de voorzieningenrechter voorshands op basis van een redelijke uitleg uit de bewoordingen van artikel 4.b. van de Overeenkomst af dat Olam bij een beroep op dit artikel wel verplicht is tot betaling van huur.
De bepaling heeft de strekking dat Jansma – door de betaling van een vergoeding – voorziet in vervangende vaartuigen in de situatie dat zijzelf die vaartuigen niet kan leveren, met andere woorden dat de extra kosten van vervangende vaartuigen voor rekening van Jansma kunnen worden gebracht. Daarbij past niet de gedachte van Olam dat zij geen huur hoeft te betalen omdat Jansma de overeengekomen vaartuigen niet ter beschikking heeft gesteld. De bepaling staat los van de eigen verplichting van Olam tot betaling van de huurprijs. Zou dit anders worden uitgelegd, in die zin dat Olam geen huur hoeft te betalen als Jansma zelf geen vaartuigen levert, dan leidt dit tot een scheve situatie waarin Olam vaartuigen krijgt zonder ervoor te betalen.
Een beoordeling in de sleutel van schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, zou tot hetzelfde resultaat leiden. Voor de begroting van de schade zou bij een vergelijking van de feitelijk ontstane situatie met de situatie waarin geen tekortkoming zou hebben plaatsgevonden, rekening worden gehouden met de huurcomponent, met als uiteindelijk resultaat dat Olam, in grote lijnen, voor de vervangende vaartuigen zelf als kosten moet dragen wat zij met Jansma als huur was overeengekomen.
5.11.
De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de vordering van € 1.346.597,00 inclusief rente en kosten voorlopig te (her)begroten op een bedrag van (afgerond) € 700.000,00 (op basis van de vordering van Olam van € 1.101.389,00 minus de door Jansma gevorderde huur van € 542.158,45 is een bedrag van € 559.230,55, vermeerderd met rente en kosten van € 141.846,11).
5.12.
De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van Jansma dat Olam een te hoog bedrag vordert omdat zij ten onrechte duur vervangend materieel heeft ingezet. Olam heeft gemotiveerd toegelicht dat zij in de toenmalige omstandigheden niet anders kon dan het betreffende duurdere materieel bij Rederij De Jong te huren. Verhuurders van optimaal geschikte alternatieven verlangen een lange minimale looptijd, wat voor Olam toen geen reële optie was, ook in het licht van de gesprekken van Olam en Jansma over een spoedige oplossing van de problemen rondom de vaartuigen. Volgens Olam heeft zij bovendien met Jansma besproken dat de schepen van Rederij De Jong voor de korte termijn de beste en meest efficiënte oplossing waren, in afwachting van de uitkomsten van het overleg van partijen om tot een oplossing/aanpassing te komen. Jansma heeft hier niets tegen ingebracht.
5.13.
Wat betreft de stelling van Jansma dat het beslag niet proportioneel is geldt het volgende. Olam heeft gemotiveerd weersproken dat de cumulatie van de beslagen de onderneming operationeel lamlegt en dat daardoor een financiële noodsituatie ontstaat. Volgens Olam heeft Jansma mogelijk te maken heeft met liquiditeitsdruk, maar blijkt uit de overgelegde stukken niet dat sprake is van een structureel gebrek aan vermogen of dat verhaal op de activa niet mogelijk is. De voorzieningenrechter kan gelet op deze betwisting door Olam niet uitgaan van de juistheid van de gestelde financiële noodsituatie. Daarbij is in aanmerking genomen dat hetgeen Jansma als toelichting op de zitting heeft aangevoerd, bepaald niet uitsluit – zie ook hierna onder 5.14 – dat de vaartuigen van Jansma een overwaarde vertegenwoordigen, aan te wenden voor zekerheidstelling, en dat de werkzaamheden met Cargill kunnen worden voortgezet.
5.14.
In het verlengde hiervan geldt dat de voorzieningenrechter onvoldoende aanknopingspunten heeft voor toewijzing van de vordering van Jansma het beslag op de vaartuigen en/of onder de opdrachtgever van Jansma op te heffen. Jansma heeft niet inzichtelijk gemaakt voor welke bedragen de conservatoire beslagen doel hebben geraakt. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of en in hoeverre de vaartuigen, het saldo op de bankrekening en/of de inkomstenstroom vanuit de opdrachtgever van Jansma voldoende zekerheid bieden voor verhaal. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter aan Jansma gevraagd om informatie te geven over de waarde van de vaartuigen en het verschil tussen de aan de vaartuigen gekoppelde lening (1 miljoen) en de hypothecaire inschrijving (1,8 miljoen). Jansma heeft daar geen duidelijk antwoord op gegeven. Zij heeft slechts in algemene zin verwezen naar de gegevens in productie 15 bij de dagvaarding. Taxaties of andere objectieve waarderingsgegevens ontbreken.
5.15.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat het beslag zal worden opgeheven voor zover dit het bedrag van € 700.000,00 te boven gaat. Dit betekent in feite dat het bedrag waarvoor beslagverlof is verleend, wordt aangepast naar dit nieuwe bedrag. Voor het overige is blijkens het voorgaande van het onnodige van het beslag niet gebleken.
5.16.
Een belangenafweging maakt dit niet anders. Olam heeft belang bij handhaving van de mogelijkheden tot verhaal van haar vordering. Jansma heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd dat dit belang zou moeten wijken voor haar belang bij opheffing van de beslagen.
5.17.
De voorzieningenrechter begrijpt dat Jansma subsidiair vordert Olam te veroordelen tot opheffing van beslagen tegen het stellen van alternatieve zekerheid, zoals omschreven onder punt 42 tot en met 44 van de pleitnotitie van Jansma. Olam heeft ter zitting gemotiveerd weersproken dat de aangeboden alternatieve zekerheid een realistische oplossing biedt. Gelet hierop en nu een deugdelijke onderbouwing ontbreekt, wordt de vordering afwezen.
5.18.
De vordering dat Jansma moet worden gehoord bij een nieuw beslagverzoek wordt, al bij gebrek aan onderbouwing, ook afgewezen.
5.19.
In de uitkomst van deze procedure ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
heft op de op 18 februari 2026 door Olam ten laste van Jansma gelegde conservatoire beslagen voor zover het beslag het bedrag van € 700.000,00 overschrijdt;
6.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.
3280/1694