Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 16 januari 2026 met producties 1 tot en met 15;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8 en daarnaast de op 11 maart 2026 aan Jansma betekende dagvaarding in de hoofdzaak;
- de mondelinge behandeling gehouden op 13 maart 2026;
- de pleitnota van de kant van Jansma;
- de pleitnota van de kant van Olam;
- de nadere akte van de kant van Olam van 19 maart 2026.
3.De feiten
(…) en in overweging nemende dat:
- partijen de huur zijn overeengekomen van vier (4) duwbakken en één (1) assistentie boot (vlet);
- de duwbakken geschikt zijn voor het vervoeren van cacaobonen van overslaglocaties in de haven van Amsterdam naar verwerkingslocaties langs rivier de Zaan(onderstreping door de voorzieningenrechter);
- de huurder instemt met de contract specificaties zoals hieronder omschreven.”
2. Levering
Er is een echt probleem met de 67 meter bak om naar Koog te gaan. We moeten dit bespreken en oplossen. We worden nu serieus gehinderd in onze flexibiliteit. Dit is ook niet wat we besproken hebben. Bakken zouden niet meer dan 60 meter zijn.”
Subject: (…) Afspraken mbt bakken, overleg 7-2-2025
- Bak 2,3 en 4 zijn nog niet geleverd
- Bak 1, 2, 3 en 4 zijn nu 66/67 meter lang maar deze bakken zullen dmv inkorten achterkant een maximale lengte krijgen van 58 meter (incl. nieuwe achtersteven)
- Achterstevens van deze bakken zal Jansma in zijn hal in Rotterdam opbouwen
- Bakken 2,3 en 4 zullen direct een schuin schot krijgen in het achterste ruim
- Van bak 1 zal het schuine shot in het achterste ruim in de buurt van Koog/Wormer worden geplaatst
- Als gevolg van het (nu) lange certificeringstraject om de ingekorte bakken gecertificeerd te krijgen, stelt Jansma voor om de nog niet in lengte aangepaste en dus te lange bakken tijdelijk in te zetten en te gebruiken voor Ofi. Deze bakken voldoen op de lengte na wel aan de afgesproken normen zoals we gezamenlijk hebben besproken t.a.v. afwerking laadruimte, luiken vergrendeling/bediening, soepele loop, werkende boegschroeven etc. (e.e.a is genoegzaam bekend)
- Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat deze bakken sowieso/zeker zullen worden ingekort naar de afgesproken lengte, dit wordt niet meer teruggedraaid
- Dat de bakken bak voor bak in overleg uit de operatie zullen worden gehaald om in te korten waarbij er een extra bak (5) zal worden ingezet om mee te draaien
- Dat dit proces van inkorten en certificeren direct zal worden opgestart en dat dit met een half jaar klaar zal zijn
- De niet ingekorte bakken steken uit achter de kade (Koog) en de handling van deze te lange bakken bemoeilijkt de operatie achter de fabrieken.
Subject: (…) bespreken bakken opties
enover de vraag of de vaartuigen waren voorzien van een geldige certificering. Partijen hebben in dat kader ieder voor zich, en daarna nog gezamenlijk, een deskundigenonderzoek laten uitvoeren. Partijen zijn echter niet nader tot elkaar gekomen, omdat zij het over en weer oneens zijn over de bevindingen van de verschillende deskundigen.
Met verwijzing naar artikel 4.b. van onze overeenkomst zien wij daarnaast graag de verrekening tegemoet van kosten tot het moment van juridische levering, op basis van de data uit de on-hire-rapportages. Dit stelt ons in staat onze verplichtingen jegens OFI correct na te komen.”
Barge 5
Kosten van de OFI barge 1
In deze brief vorderden wij namens Olam betaling van het door Jansma verschuldigde bedrag van € 889.064,65. Olam deed daarbij een beroep op verrekening met het door Jansma gevorderde bedrag van € 549.518,77 minus het bedrag ter zake van de OFI barge 1 ad € 7.360,32. Zoals ook aangevoerd in de brief, dient dit bedrag tevens te worden verminderd met de kosten van CML en Lemmen ad € 15.061,91 die Jansma bij factuur met factuurnummer 2025-0023 vorderde, nu deze kosten niet door Olam verschuldigd zijn. Olam doet derhalve een beroep op verrekening van de huurfacturen van Jansma ad € 527.096,54, met de kosten die Olam heeft moeten maken voor de huur van de vervangende vaartuigen bij Rederij de Jong, ad € 889.064,65. Jansma is aan Olam derhalve een bedrag van € 361.968,11 verschuldigd. Olam maakt thans aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 3.584,84, alsmede de wettelijke rente ad € 13.655,14.
4.Het geschil
- primair, Olam te veroordelen tot opheffing van alle of enkele op 18 februari 2026 gelegde conservatoire beslagen, op straffe van een dwangsom;
- subsidiair, Olam te veroordelen tot opheffing van de op 18 februari 2026 gelegde conservatoire beslagen tegen het stellen van alternatieve zekerheid zoals omschreven onder punt 42 tot en met 44 van de pleitnotitie van Jansma;
- in alle gevallen, bepaling dat Jansma moet worden gehoord bij een nieuw beslagverzoek,
5.De beoordeling
enhaar beroep op een vergoeding van de kosten van het vervangend materieel prijsgegeven. Olam betwist dat ten stelligste. Volgens haar heeft Jansma op 11 februari 2025 slechts een voorstel gedaan, zoals vermeld in de aanhef van de e-mail. Olam heeft dit voorstel niet aanvaard, omdat het voorstel niet voldeed aan de contractuele lengte-eis van 58 meter. Deze eis was vanwege de beperkte afmetingen van de kade in Koog aan de Zaan een van de kerncriteria in de Overeenkomst. Het belang van de eis was partijen al sinds de start van de onderhandelingen begin 2024 bekend en is steeds onveranderd belangrijk gebleven. Olam verwijst in dat verband naar het gespreksverslag van 10 februari 2025 waarin staat “
Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat deze bakken sowieso/zeker zullen worden ingekort naar de afgesproken lengte, dit wordt niet meer teruggedraaid”Olam stelt dat zij uitsluitend uit welwillendheid is meegegaan in het voorstel van Jansma de duwbakken aan te passen, door onder meer schuine schotten in de laadbakken te plaatsen. De passage uit de e-mail van 10 oktober 2025 waar Jansma naar verwijst moet in dat licht worden gelezen en vormt geen bevestiging van het bestaan van een nieuwe afspraak zoals door Jansma gesteld.
Het standpunt van Jansma is dat Olam huur verschuldigd is, in ieder geval voor de periode vanaf het ter beschikking stellen van de vaartuigen tot de ontbinding van de Overeenkomst. Daar doet volgens haar het bepaalde in artikel 4.b. van de Overeenkomst niet aan af en ook in de sleutel van een schadevergoeding uit wanprestatie kan aanleiding bestaan met een huur(betalings)verplichting rekening te houden. Jansma doet dan ook in deze procedure (punt 82 van de dagvaarding), net als in haar sommaties in oktober 2025, een beroep op verrekening. De voorzieningenrechter constateert dat Olam eerder ook rekening hield met een huurverplichting, zoals blijkt uit de hiervoor geciteerde sommatiebrieven van 13 en 27 november 2025 (zie randnummer 3.15 en 3.16).
Desgevraagd heeft Olam ter zitting toegelicht dat in artikel 4.b. van de Overeenkomst geen koppeling wordt gelegd met een huurverplichting, zodat daar voor wat betreft de berekening van de vergoeding geen rekening mee hoeft te worden gehouden. Olam is ook anderszins van mening dat zij geen huur is verschuldigd, anders dan de al betaalde huur voor OFI Barge I, omdat Jansma niet heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de Overeenkomst.
Het antwoord op deze vraag hangt af van wat partijen bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst daaromtrent over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen en verklaringen redelijkerwijs mochten afleiden, waarbij ook betekenis toekomt aan latere gedragingen. Partijen hebben daarover geen concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht. Gelet hierop leidt de voorzieningenrechter voorshands op basis van een redelijke uitleg uit de bewoordingen van artikel 4.b. van de Overeenkomst af dat Olam bij een beroep op dit artikel wel verplicht is tot betaling van huur.
Een beoordeling in de sleutel van schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, zou tot hetzelfde resultaat leiden. Voor de begroting van de schade zou bij een vergelijking van de feitelijk ontstane situatie met de situatie waarin geen tekortkoming zou hebben plaatsgevonden, rekening worden gehouden met de huurcomponent, met als uiteindelijk resultaat dat Olam, in grote lijnen, voor de vervangende vaartuigen zelf als kosten moet dragen wat zij met Jansma als huur was overeengekomen.