Stichting Havensteder vordert in kort geding ontruiming van een woning en betaling van huurachterstand van de huurder die lange tijd niet haar hoofdverblijf in de woning had en de huur niet betaalde.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder sinds juli 2025 niet in de woning verbleef en een achterstand van ruim dertien maanden huur heeft opgebouwd. Tevens is de woning door anderen bewoond zonder toestemming. Deze tekortkomingen leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en rechtvaardigen ontruiming.
De belangen van Havensteder om de woning te kunnen verhuren en overlast te voorkomen wegen zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De ontruimingstermijn wordt op één maand gesteld om de huurder en haar kinderen gelegenheid te geven een andere verblijfplaats te zoeken.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 8.616,92, de lopende huur vanaf februari 2026 tot ontruiming, en de wettelijke rente. Proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.