Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4242

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
ROT 26/2493
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verklaring van geen bezwaar burgerluchtvaart

Verzoekster is aangemeld door Delta Air Lines voor een veiligheidsonderzoek in verband met een vertrouwensfunctie als customer service agent op veiligheidsmachtigingsniveau BL. De minister heeft op basis van het onderzoek besloten geen verklaring van geen bezwaar af te geven. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om toch te mogen werken alsof zij deze verklaring bezit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, omdat zij sinds november 2025 in dienst is bij Delta Air Lines, haar salaris ontvangt en er geen aanwijzingen zijn dat haar contract binnenkort zal worden ontbonden. Tevens is het verzoek om inzage in geheime stukken bij de AIVD afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang en een belangenafweging die in het nadeel van verzoekster uitvalt.

De voorzieningenrechter benadrukt dat het oordeel voorlopig is en geen bindende werking heeft in een eventueel bodemgeding. De minister hoeft verzoekster niet toe te staan werkzaamheden te verrichten zonder de vereiste verklaring van geen bezwaar. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen spoedeisend belang is en de belangenafweging in het nadeel van verzoekster uitvalt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/2493
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], uit Rotterdam, verzoekster

(gemachtigde: mr. D.C.O. Ayinla),
en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

(gemachtigde: mr. M.P. Zijlstra).

Inleiding

1. Delta Air Lines, Inc. heeft verzoekster aangemeld voor een veiligheidsonderzoek, in verband met het vervullen van een functie binnen het bedrijf. Met het besluit van 2 maart 2026 heeft de minister besloten om geen ‘verklaring van geen bezwaar’ aan verzoekster te geven. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Een deel van het dossier van de minister bevindt zich bij de AIVD. De minister heeft met een beroep op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de voorzieningenrechter in de gelegenheid gesteld die stukken in te komen zien op het kantoor van de AIVD.
3. De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.
5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
6. Verzoekster wil gaan werken als customer service agent bij Delta Air Lines, Inc. Dit is een vertrouwensfunctie op veiligheidsmachtigingsniveau BL (burgerluchtvaart), waarvoor verzoekster een verklaring van geen bezwaar nodig heeft. Delta Air Lines, Inc. heeft verzoekster daarom aangemeld voor een veiligheidsonderzoek.
Waar gaat het in deze zaak om?
7. Op basis van informatie die tijdens het veiligheidsonderzoek naar voren is gekomen, heeft de minister besloten dat verzoekster geen verklaring van geen bezwaar krijgt. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zij wordt behandeld alsof zij in het bezit is van een verklaring van geen bezwaar.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
8. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
9. De voorzieningenrechter vindt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar verzoek. Tijdens de zitting is gebleken dat verzoekster sinds november 2025 in dienst is bij Delta Air Lines en dat zij tot op heden haar salaris doorbetalen. Het bedrijf heeft ook een grote investering in verzoekster gedaan door haar op te leiden en de nodige trainingen te laten volgen. Er zijn geen aanwijzingen dat verzoeksters contract zal worden ontbonden voordat de minister op verzoeksters bezwaar zal hebben beslist.
Daarnaast speelt ook het volgende. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de geheime stukken te bekijken bij de AIVD en vervolgens te bepalen dat zij mag werken op Schiphol zonder in het bezit te zijn van een verklaring van geen bezwaar. Dat verzoek is heel verstrekkend. De voorzieningenrechter heeft besloten om de geheime stukken niet te bekijken. Ten eerste omdat er geen spoedeisend belang is en ten tweede omdat een belangenafweging in het nadeel van verzoekster zal uitpakken. Als de geheime informatie bij de AIVD onvoldoende helder is of er is sprake van een motiveringsgebrek, zal de voorzieningenrechter de belangen tegen elkaar afwegen: het belang van de nationale veiligheid tegenover het belang van verzoekster bij het kunnen verrichten van werkzaamheden op Schiphol. De voorzieningenrechter sluit niet uit dat de minister een eventueel gebrek in de besluitvorming in bezwaar zal kunnen herstellen. En dan zal de belangenafweging ook in het voordeel van de minister uitpakken vanwege het belang van de nationale veiligheid. Daarbij speelt ook mee dat het voor verzoekster om een nieuwe baan gaat en niet een baan waarvoor al eerder een verklaring van geen bezwaar is verstrekt.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de minister verzoekster niet in staat hoeft te stellen om haar zonder de vereiste verklaring van geen bezwaar werkzaamheden op Schiphol te laten verrichten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
11. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.