Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
- Belanghebbende en verzekeraar komen overeen dat de door belanghebbende geleden en te lijden schade wordt vastgesteld op een bedrag van € 106.700,00. Met dit bedrag vergoedt verzekeraar alle materiële en immateriële schade, die belanghebbende heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden.
- […]
- Tegenover de overeengekomen schadevergoeding en de hiervoor genoemde betaling(en), verleent belanghebbende aan verzekeraar en verzekerde finale kwijting. Door deze overeenkomst te ondertekenen verklaart belanghebbende geen enkele vordering meer te hebben op verzekeraar en diens verzekerde voor de schade, die is ontstaan door dit verkeersongeval en het letsel dat belanghebbende daarbij heeft opgelopen. Deze kwijting geldt voor alle materiële en immateriële schade die belanghebbende heeft geleden en in de toekomst mogelijk nog zal lijden. Belanghebbende kan dus niet meer op de zaak terugkomen.
- Deze kwijting heeft geen betrekking op een eventueel eigen verhaalsrecht van een zorgverzekeraar, een werkgever, een uitkeringsinstantie, werknemersverzekering en/of de overheid.
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
geen enkele vorderingmeer te hebben op verzekeraar en diens verzekerde voor de schade, die is ontstaan door dit verkeersongeval en het letsel dat belanghebbende daarbij heeft opgelopen. Deze kwijting geldt voor
alle materiële en immateriële schadedie belanghebbende heeft geleden en in de toekomst mogelijk nog zal lijden. Belanghebbende
kan dus niet meer op de zaak terugkomen.” (nadruk toegevoegd, rb)