Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man in de bodemprocedure en in de spoedprocedure, ingekomen op 7 januari 2026;
- het bericht met bijlage van de man van 23 januari 2026;
- het gewijzigde verzoekschrift met bijlagen van de man van 13 februari 2026;
- het verweerschrift tegen het verzoek van de man in de spoedprocedure tevens zelfstandig verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 19 februari 2026;
- het bericht met bijlage van de vrouw van 20 februari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De beoordeling
- vanaf de geboorte van de minderjarige tot en met negen maanden daarna de man drie keer per week een uur contact heeft met de minderjarige, bij de vrouw of elders als zij dat wenst;
- na negen maanden de minderjarige elke woensdagmiddag van 13.00 uur tot 17.00 uur en om de week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijft.
3.De beslissing
1 juli 2026 PRO FORMA, in afwachting van de resultaten van de mediation met het verzoek aan partijen om uiterlijk twee weken vóór laatstgenoemde datum schriftelijk aan de rechtbank te berichten op welke manier volgens hen moet worden voortgeprocedeerd;